6.1.1 Balans per 31 december 2022
(na resultaatbestemming)
| Ref. | 31-dec-22 | 31-dec-21 | ||
|---|---|---|---|---|
| € | € | |||
| ACTIVA | ||||
| Vaste activa | ||||
| Materiële vaste activa | 1 | |||
| 1. bedrijfsgebouwen en -terreinen | 37.185.817 | 37.518.203 | ||
| 2. machines en installaties | 13.525.990 | 14.114.877 | ||
| 3. andere vaste bedrijfsmiddelen | 15.215.828 | 16.278.980 | ||
| 4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald | 10.237.836 | 3.833.759 | ||
| Totaal materiële vaste activa | 76.165.471 | 71.745.819 | ||
| Vlottende activa | ||||
| Vorderingen | 2 | |||
| 1. op handelsdebiteuren | 5.817.866 | 1.410.868 | ||
| 2. overige vorderingen | 10.697.701 | 17.459.178 | ||
| 3. overlopende activa | 2.591.615 | 1.872.683 | ||
| Totaal vorderingen | 19.107.182 | 20.742.729 | ||
| Liquide middelen | 3 | 82.950.330 | 85.878.082 | |
| Totaal activa | 178.222.983 | 178.366.630 |
| Ref. | 31-dec-22 | 31-dec-21 | ||
|---|---|---|---|---|
| € | € | |||
| PASSIVA | ||||
| Eigen vermogen | 4 | |||
| 1. Gestort en opgevraagd kapitaal | 66.741 | 66.741 | ||
| 2. Bestemmingsreserves | 9.639.734 | 9.639.734 | ||
| 3. Bestemmingsfondsen | 112.324.178 | 112.356.018 | ||
| 4. Overige reserves | 912.343 | 917.135 | ||
| Totaal eigen vermogen | 122.942.996 | 122.979.628 | ||
| Voorzieningen | 5 | |||
| 1. Overige | 5.796.305 | 5.974.463 | ||
| Totaal voorzieningen | 5.796.305 | 5.974.463 | ||
| Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) | 6 | |||
| 1. Schulden aan banken | 2.407.236 | 2.875.468 | ||
| Totaal langlopende schulden | 2.407.236 | 2.875.468 | ||
| Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) | 7 | |||
| 1. Schulden aan banken | 468.232 | 468.231 | ||
| 2. Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 4.369.438 | 6.233.631 | ||
| 3. Belastingen en premies sociale verzekeringen | 7.398.810 | 7.622.239 | ||
| 4. Schulden ter zake pensioenen | 3.771.986 | 68.546 | ||
| 5, Overige schulden | 26.365.429 | 24.942.660 | ||
| 6. Overige passiva | 4.702.551 | 7.201.764 | ||
| Totaal kortlopende schulden | 47.076.446 | 46.537.071 | ||
| Totaal passiva | 178.222.983 | 178.366.630 |
6.1.2 Winst- en verliesrekening over 2022
| Ref. | 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | € | € | ||
| Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 9 | |||
| 1. Zorgverzekeringswet | 74.546 | 5.740 | ||
| 2. Wet langdurige zorg | 187.898.590 | 180.441.441 | ||
| 3. Subsidie op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies | 573.969 | 2.679.979 | ||
| 4. Beschikbaarheidsbijdage zorgfuncties | 637.727 | 533.665 | ||
| 5. Baten uit onderaanneming | 1.685.489 | 1.783.127 | ||
| 6. Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 3.949.190 | 3.606.358 | ||
| 7. Opbrengsten Jeugdwet | 35.621.656 | 31.589.597 | ||
| Totaal baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 230.441.167 | 220.639.908 | ||
| Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 10 | |||
| 1. Wet maatschappelijke ondersteuning | 27.967.646 | 31.829.097 | ||
| 2. Overige andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 6.210.153 | 6.141.836 | ||
| Totaal andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 34.177.799 | 37.970.933 | ||
| Som der bedrijfsopbrengsten | 264.618.966 | 258.610.841 | ||
| BEDRIJFSLASTEN: | ||||
| Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten | 11 | 19.880.125 | 17.063.477 | |
| Lonen en salarissen | 12 | 133.352.758 | 126.814.192 | |
| Sociale lasten | 13 | 21.224.133 | 20.392.464 | |
| Pensioenlasten | 14 | 11.621.457 | 10.636.733 | |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 15 | 8.928.729 | 8.406.095 | |
| Overige bedrijfskosten | 16 | 69.729.150 | 71.104.294 | |
| Som der bedrijfslasten | 264.736.352 | 254.417.255 | ||
| Financiële baten en lasten | 17 | |||
| 1. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 365.353 | 2.500 | ||
| 2. Rentelasten en soortgelijke kosten | -284.599 | -326.078 | ||
| Totaal Financiële baten en lasten | 80.754 | -323.578 | ||
| RESULTAAT BOEKJAAR | -36.632 | 3.870.008 |
Resultaatbestemming
| Het resultaat is als volgt verdeeld: | 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|---|
| € | € | |||
| Toevoeging/(onttrekking): | ||||
| Reserve aanvaadbare kosten Wlz | 2.925.463 | 5.865.949 | ||
| Reserve Wmo | -2.175.479 | -1.462.795 | ||
| Reserve Jeugdwet | 178.418 | 895.978 | ||
| Reserve overige financiering | -960.242 | -1.422.819 | ||
| Algemene reserves | -4.792 | -6.305 | ||
| -36.632 | 3.870.008 |
6.1.3 Kasstroomoverzicht 2022
| Ref. | 2022 | 2021 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||||
| Bedrijfsresultaat | -117.386 | 4.193.586 | ||||
| Aanpassingen voor: | ||||||
| - afschrijvingen en overige waardeverminderingen | 15 | 8.928.730 | 8.406.095 | |||
| - mutaties voorzieningen | 5 | 184.696 | -227.606 | |||
| - boekresultaten afstoting vaste activa | -867.519 | 661.220 | ||||
| 8.245.905 | 8.839.709 | |||||
| Veranderingen in vlottende middelen: | ||||||
| - vorderingen | 2 | 1.640.546 | 1.470.906 | |||
| - kortlopende schulden (excl. schulden aan banken) | 7 | 897.547 | 4.921.215 | |||
| 2.538.094 | 6.392.121 | |||||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 10.666.613 | 19.425.416 | ||||
| Ontvangen interest | 17 | -2.500 | -5.085 | |||
| Betaalde interest | 17 | -305.827 | -254.810 | |||
| -308.327 | -259.895 | |||||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 10.358.286 | 19.165.521 | ||||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||||||
| Investeringen materiële vaste activa | 1 | -14.312.719 | -9.271.284 | |||
| Desinvesteringen materiële vaste activa | 1 | 1.494.913 | 0 | |||
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -12.817.806 | -9.271.284 | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||||||
| Nieuw opgenomen leningen | 6 | 0 | 0 | |||
| Aflossing langlopende schulden | 6 | -468.232 | -468.231 | |||
| Kortlopend bankkrediet | 7 | 0 | 0 | |||
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | -468.232 | -468.231 | ||||
| Mutatie geldmiddelen | -2.927.752 | 9.426.006 | ||||
| Stand geldmiddelen per 1 januari | 3 | 85.878.082 | 76.452.076 | |||
| Stand geldmiddelen per 31 december | 3 | 82.950.330 | 85.878.082 | |||
| Mutatie geldmiddelen | -2.927.752 | 9.426.006 |
6.1.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling
6.1.4.1 Algemeen
Algemene gegevens
Stichting Cosis is statutair gevestigd te Assen en feitelijk te Assen, Lauwers 17, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 04082725.
De belangrijkste activiteiten zijn het verbinden van zorginstellingen, het waarborgen van de continuïteit van zorg en het creëren van scholing- en loopbaanmogelijkheden voor instellingen en haar medewerkers die zorg verlenen aan mensen met een verstandelijke beperking en aan mensen die aangewezen zijn op de geestelijke gezondheidzorg.
Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2022, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2022.
Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling openbare jaarverantwoording WMG (RojW), de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW - voor zover deze volgens deze regeling van toepassing zijn - en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en het resultaat zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Continuïteitsveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Vergelijking met voorgaand jaar
De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar.
Stelselwijzigingen
De jaarrekening 2022 is opgesteld op basis van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG. De Regeling schrijft voor de balans en de winst- en verliesrekening modellen voor die afwijken van de modellen die in de jaarrekening 2021 zijn gehanteerd. De vergelijkende cijfers over 2021 zijn aangepast op basis van de nieuwe modellen. De aanpassingen hebben geen invloed op de omvang van het eigen vermogen ultimo 2021 en het resultaat over 2021. Zorgspecifieke posten zijn waar dit noodzakelijk wordt geacht vermeld in de toelichting.
Vergelijkende cijfers
De cijfers voor 2021 zijn, waar nodig, geherrubriceerd om vergelijkbaarheid met 2022 mogelijk te maken.
Gebruik van schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de Raad van Bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten.
De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
Verrekenen en salderen
Een actief en een post van vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:
- een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
- het stellig voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.
Verbonden rechtspersonen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, statutaire leden Raad van Bestuur en andere sleutelfiguren in het management, worden aangemerkt als verbonden partij.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
Grondslagen WNT
Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft Stichting Cosis zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingsspecifieke (sectorale) regels.
Leasing (Operational lease)
Bij Stichting Cosis kunnen er leasecontracten bestaan waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.
6.1.4.2 Grondslagen van waardering van activa en passiva
Activa en passiva
De algemene grondslag voor de waardering van de activa en passiva is de verkrijgingsprijs- of de vervaardigingsprijs, tenzij ander vermeld in de verdere grondslagen.
Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.
Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.
Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, en niet op voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst- en verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat ook de functionele valuta is van stichting Cosis.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.De afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verwachte economische levensduur van het vast actief.
Materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur worden afzonderlijk afschreven op basis van de verwachte levensduur. In het geval dat belangrijkste bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn en verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon, worden deze bestandsdelen afzonderlijk afgeschreven.In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actief plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting.
Als materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.
De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de verkrijgings- of vervaardigingsprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op bedrijfsterreinen en op vaste activa in ontwikkeling en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.
De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:
- Bedrijfsgebouwen en -terreinen : 0 - 20 %.
- Machines en installaties : 5 -12,50 %
- Andere vaste bedrijfsmiddelen : 10 - 20 %.
Stichting Cosis beschikt niet over materiële vaste activa waarvan zij krachtens een financiële leaseovereenkomst de economische eigendom heeft.
Voor zover subsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen.
Groot onderhoud:
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het object. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.
Vaste activa - bijzondere waardeverminderingen
Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief of kasstroom genererende eenheid te vergelijken met de bedrijfswaarde zijnde de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief of kasstroom genererende eenheid naar verwachting zal genereren.
Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde.
Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
De bedrijfswaarde wordt berekend op het niveau van de verschillende Kasstroomgenererende eenheden (KGE). Een KGE is de kleinst identificeerbare groep van activa die bij voortgezet gebruik kasstromen genereert en die in hoge mate onafhankelijk is van de inkomsten van andere activa of groepen van activa (RJ 121.0). De realiseerbare waarde van een individueel actief kan niet worden bepaald als het niet mogelijk is een goede inschatting te maken van de bedrijfswaarde van het actief of als het individuele actief niet zelf kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de kasstromen van andere activa.
Er zijn geen aanwijzingen dat de bedrijfswaarden zijn gewijzigd. Om deze reden heeft er voor de jaarrekening 2022 geen herberekening plaatsgevonden en is de verantwoorde cumulatieve waardevermindering onverminderd van toepassing. De cumulatieve bijzondere waardevermindering bedraagt per 31 december 2022 € 6,9 miljoen, verdeeld over de segmenten KJG voor € 0,7 miljoen en wonen € 6,2 miljoen.
Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Financiële instrumenten
Er wordt geen gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten (aandelen, opties etc.). Waaronder ook risico volle producten zoals derivaten of hefboomproducten vallen.
Verstrekte leningen en overige vorderingen
Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
Vorderingen
De eerste waardering van vorderingen is tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. (Door toepassing van de effectieve rentemethode worden transactiekosten als onderdeel van de amortisatie in de winst- en verliesrekening verwerkt). De vervolgwaardering van vorderingen is tegen geamortiseerde kostprijs (indien geen sprake van agio/disagio of transactiekosten dan geamortiseerde kostprijs gelijk aan nominale waarde). Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van verwachte oninbaarheid.
Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Voorzieningen (algemeen)
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting en verliezen af te wikkelen. De gehanteerde disconteringsvoet is gestegen van 1,5% naar 2,8% als gevolg van de gestegen rente.
Wanneer verplichtingen naar verwachting door een derde zullen worden vergoed, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting. De rentemutatie van voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde is verantwoord als dotatie aan de voorziening.
Per individuele voorziening volgt hieronder een toelichting van de grondslagen voor waardering.
Voorziening levensfase
De voorziening persoonlijk budget levensfase (PBL) betreft een voorziening uit hoofde van een cao-verplichting in het kader van de overgangsregeling 45+. Het persoonlijk budget levensfase kwalificeert als een beloning met opbouw van rechten. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst (eenmalig) uit te keren PBL-uren. De berekening is gebaseerd op de cao-bepalingen (GHZ en GGZ 2021-2024), leeftijd en resterende dienstjaren tot het bereiken van de 55-jarige leeftijd of pensioenleeftijd.
Voorziening jubileumverplichtingen
De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, verwachte salarisstijgingen, blijfkans en leeftijd.
Het effect van de discontering is € 362.853. Door wijziging van de disconteringsvoet zijn de voorzieningen afgenomen met dit bedrag.
Voorziening langdurig zieken
Stichting Cosis is voor de ziektewet eigen risicodrager en is in dit kader verplicht om gedurende twee jaren het salaris van een zieke medewerker door te betalen. Voor op balansdatum langdurig zieke medewerkers is een voorziening gevormd voor deze doorbetalingsverplichting op basis van contante waarde.
Voorziening generatiepact
In 2017 heeft Stichting Cosis een generatiepact gesloten met de vakbonden. Het generatiepact houdt in dat medewerkers die maximaal vijf jaar voor hun pensioen zitten, minder uren kunnen werken en hiervoor gecompenseerd kunnen worden. De voorziening generatiepact is gevormd voor de loondoorbetalingsverplichting en pensioenaanvulling voor het deel van het dienstverband dat medewerkers niet meer werken. De voorziening is gebaseerd op de contante waarde van de verplichtingen.
Schulden
Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
6.1.4.3 Grondslagen van resultaatbepaling
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen.
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Baten worden verantwoord in het jaar waarin de baten zijn gerealiseerd. Lasten worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. De overige baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben.
Baten (waaronder nagekomen budgetaanpassingen) en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.
Opbrengsten
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten.
De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.
Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruit ontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de stichting gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de stichting voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst- en verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief. Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan de marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals opgenomen onder Financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt als overheidssubsidie.
Personele kosten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
De beloningen van het personeel worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de instelling.
Voor de beloningen met opbouw van rechten (sabbatical leave, gratificaties e.d. ) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.
Pensioenen
Stichting Cosis heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Cosis. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn. Stichting Cosis betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat.
Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij behoort ook een nieuwe berekening van de dekkingsgraad. De 'nieuwe' dekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Door een gemiddelde te gebruiken, zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. In maart 2023 bedroeg de actuele dekkingsgraad 109,5%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 125,0%. Het pensioenfonds verwacht volgens het herstelplan binnen 10 jaar hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Stichting Cosis heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Stichting Cosis heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Afschrijvingen op materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.
Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.
Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten betreffen van derden ontvangen (te ontvangen) en aan derden betaalde (te betalen) interest.
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
6.1.4.4 Grondslagen van segmentering
In de jaarrekening wordt zoals aanbevolen in de Richtlijn 655 Zorginstellingen een segmentatie van de resultatenrekening gemaakt in de volgende segmenten: Wlz, Wmo, Jeugdwet en overig.
De verdeling van de winst- en verliesrekening 2022 inclusief vergelijkende cijfers over 2021 per segment is gemaakt op basis van de volgende uitgangspunten:
- Directe kostenplaatsen: de kosten zijn op kostenplaatsniveau naar rato van opbrengsten per segment verdeeld.(salariskosten, overige bedrijfskosten, afschrijvingslasten en financiële baten en -lasten).
- Inzet behandelaren: de kosten zijn per vakgroep verdeeld naar de segmenten Wlz en Jeugdwet.
- Decentrale overhead: de kosten zijn op clusterniveau naar rato van opbrengsten per segment verdeeld.
- Centrale overhead: de kosten zijn op basis van verschillende verdeelsleutels, op basis van ingeschatte tijdsbesteding / aantal fte / etc. verdeeld.
6.1.4.5 Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
6.1.4.6 Financiële instrumenten en risicobeheersing
Marktrisico
Er is geen sprake van valutarisico aangezien stichting Cosis enkel werkzaam is binnen Nederland. Er is tevens geen sprake van een prijsrisico.
De Stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt stichting Cosis risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Stichting risico’s over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente.
Met betrekking tot de vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot afdekking van het renterisico gecontracteerd.
Kredietrisico
Stichting Cosis loopt kredietrisico over handelsdebiteuren en overige vorderingen en liquide middelen. De vorderingen bestaan voor een belangrijk deel uit vorderingen op gemeenten en zorgverzekeraars en zijn gerelateerd aan de bekostiging van de zorgactiviteiten van Stichting Cosis. Vanuit het treasurybeleid wordt alleen gefinancierd via instellingen met minimaal een Single A rating. Gezien de aard van de post zitten hier geen kredietrisico's aan.
Liquiditeitsrisico
De stichting bewaakt de liquiditeitspositie. Het management ziet er op toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft, zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.
6.1.4.7 Grondslagen voor gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
5.1.4.8 Waarderingsgrondslagen WNT
Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingsspecifieke (sectorale) regels.
6.1.5 Toelichting op de balans per 31 december 2022
ACTIVA
1. Materiële vaste activa
| De specificatie is als volgt: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Bedrijfsgebouwen en terreinen | 37.185.817 | 37.518.203 | |
| 2. Machines en installaties | 13.525.990 | 14.114.877 | |
| 3. Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting | 15.215.828 | 16.278.980 | |
| 4. Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa | 10.237.836 | 3.833.759 | |
| Totaal materiële vaste activa | 76.165.471 | 71.745.819 | |
| Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: | 2022 | 2021 | |
| € | € | ||
| Boekwaarde per 1 januari | 71.745.820 | 71.993.161 | |
| Bij: investeringen | 13.975.775 | 8.819.973 | |
| Af: afschrijvingen | 8.928.730 | 8.406.095 | |
| Af: desinvesteringen | 627.394 | 661.220 | |
| Boekwaarde per 31 december | 76.165.471 | 71.745.819 |
Toelichting:
Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 6.1.6.
Niet alle vaste activa zijn als zekerheid gesteld voor de langlopende schulden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting van de langlopende leningen, bijlage 6.1.7.
2. Vorderingen
| De specificatie is als volgt: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||
| 1. Vorderingen op handelsdebiteuren | 5.817.866 | 1.410.868 | |||
| 2. overige vorderingen: |
| 2021 | 2022 | totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | |||
| Saldo per 1 januari | 9.978.717 | 0 | 9.978.717 | ||
| Financieringsverschil boekjaar | 0 | 6.989.525 | 6.989.525 | ||
| Correcties voorgaande jaren | 52.500 | 0 | 52.500 | ||
| Betalingen/ontvangsten | -10.031.217 | 0 | -10.031.217 | ||
| Subtotaal mutatie boekjaar | -9.978.717 | 6.989.525 | -2.989.192 | ||
| Saldo per 31 december | 0 | 6.989.525 | 6.989.525 | ||
| Stadium van vaststelling (per erkenning): | |||||
| VG Drenthe 300-1419 | c | a | |||
| VG Groningen 300-0300 | c | a |
a= interne berekening
b= overeenstemming met zorgverzekeraars
c= definitieve vaststelling NZa
| 31-dec-22 | 31-dec-21 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||
| Waarvan gepresenteerd als: | |||||
| - vorderingen uit hoofde van financieringstekort | 6.989.525 | 9.978.717 | |||
| - schulden uit hoofde van financieringsoverschot | 0 | 0 | |||
| 6.989.525 | 9.978.717 |
| Specificatie financieringsverschil in het boekjaar | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||
| Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg (exclusief subsidies) | 188.174.696 | 180.441.441 | |||
| Af: vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget | 181.185.171 | 170.462.724 | |||
| Totaal financieringsverschil | 6.989.525 | 9.978.717 | |||
| - Nog te factureren omzet | 3.681.335 | 7.371.159 | |||
| - Diverse Vorderingen | 26.841 | 109.302 | |||
| Totaal overige vorderingen | 10.697.701 | 17.459.178 | |||
| 3. Overlopende activa | 2.591.615 | 1.872.683 | |||
| Totaal vorderingen | 19.107.182 | 20.742.729 |
Toelichting:
De voorziening die in aftrek op de vorderingen op handelsdebiteuren is gebracht, bedraagt € 132.793 (2021: € 94.011).
In de overlopende activa is een bedrag van € 0,2 mln. (2021: € 0,2 mln.) opgenomen met een looptijd langer dan 1 jaar.
3. Liquide middelen
| De specificatie is als volgt: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Bankrekeningen | 82.906.520 | 85.801.936 | |
| Kassen | 43.810 | 76.146 | |
| Totaal liquide middelen | 82.950.330 | 85.878.082 |
Toelichting:
In de liquide middelen zijn deposito's tot een bedrag van € 25.000.000 begrepen, dit bedrag is op 17-01-2023 weer beschikbaar gekomen.
Er staat een bedrag van € 172.430 niet ter vrije beschikking wegens afgegeven bankgaranties. De looptijd van de bankgaranties is gekoppeld aan de huurperiode.
De overige liquide middelen zijn vrij beschikbaar.
PASSIVA
4. Eigen vermogen
| Bestaat uit de componenten: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||||
| 1. Gestort en opgevraagd kapitaal | 66.741 | 66.741 | |||||
| 2. Bestemmingsreserves | 9.639.734 | 9.639.734 | |||||
| 3. Bestemmingsfondsen | 112.324.178 | 112.356.018 | |||||
| 4. Overige reserves | 912.343 | 917.135 | |||||
| Totaal eigen vermogen | 122.942.996 | 122.979.628 | |||||
| 1. Gestort en opgevraagd kapitaal | Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | |||
| Het verloop vorig boekjaar: | 1-jan-21 | bestemming | mutaties | 31-dec-21 | |||
| € | € | € | € | ||||
| Kapitaal | 66.741 | 0 | 0 | 66.741 | |||
| Totaal gestort en opgevraagd kapitaal vorig boekjaar | 66.741 | 0 | 0 | 66.741 | |||
| Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | ||||
| Het verloop huidig boekjaar: | 1-jan-22 | bestemming | mutaties | 31-dec-22 | |||
| € | € | € | € | ||||
| Kapitaal | 66.741 | 0 | 0 | 66.741 | |||
| Totaal gestort en opgevraagd kapitaal | 66.741 | 0 | 0 | 66.741 |
| 2. Bestemmingsreserves | Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | |||
| Het verloop vorig boekjaar: | 1-jan-21 | bestemming | mutaties | 31-dec-21 | |||
| Bestemmingsreserves: | € | € | € | € | |||
| Innovatie Zorg- en Dienstverleningsaanbod | 3.000.000 | 0 | 0 | 3.000.000 | |||
| Versterken en transformeren organisatie | 5.700.000 | 0 | 0 | 5.700.000 | |||
| Nalatenschap "Het Boemeltje" | 939.734 | 0 | 0 | 939.734 | |||
| Totaal bestemmingsreserves vorig boekjaar | 9.639.734 | 0 | 0 | 9.639.734 | |||
| Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | ||||
| Het verloop huidig boekjaar: | 1-jan-22 | bestemming | mutaties | 31-dec-22 | |||
| Bestemmingsreserves: | € | € | € | € | |||
| Innovatie Zorg- en Dienstverleningsaanbod | 3.000.000 | 0 | 0 | 3.000.000 | |||
| Versterken en transformeren organisatie | 5.700.000 | 0 | -2.000.000 | 3.700.000 | |||
| Nalatenschap "Het Boemeltje" | 939.734 | 0 | 0 | 939.734 | |||
| Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen | 0 | 0 | 2.000.000 | 2.000.000 | |||
| Totaal bestemmingsreserves | 9.639.734 | 0 | 0 | 9.639.734 | |||
| 3. Bestemmingsfondsen | Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | |||
| Het verloop vorig boekjaar: | 1-jan-21 | bestemming | mutaties | 31-dec-21 | |||
| Bestemmingsfondsen: | € | € | € | € | |||
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 112.309.542 | 5.865.949 | 0 | 118.175.491 | |||
| Reserve Wmo | -1.834.771 | -1.462.795 | 0 | -3.297.566 | |||
| Reserve Jeugdwet | -2.288.349 | 895.978 | 0 | -1.392.371 | |||
| Reserve overige financiering | 293.283 | -1.422.819 | 0 | -1.129.536 | |||
| Totaal bestemmingsfondsen vorig boekjaar | 108.479.705 | 3.876.313 | 0 | 112.356.018 | |||
| Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | ||||
| Het verloop huidig boekjaar: | 1-jan-22 | bestemming | mutaties | 31-dec-22 | |||
| Bestemmingsfondsen: | € | € | € | € | |||
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 118.175.491 | 2.925.463 | 0 | 121.100.954 | |||
| Reserve Wmo | -3.297.566 | -2.175.479 | 0 | -5.473.045 | |||
| Reserve Jeugdwet | -1.392.371 | 178.418 | 0 | -1.213.953 | |||
| Reserve overige financiering | -1.129.536 | -960.242 | 0 | -2.089.778 | |||
| Totaal bestemmingsfondsen | 112.356.018 | -31.840 | 0 | 112.324.178 |
| 4. Overige reserves | Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | |||
| Het verloop vorig boekjaar: | 1-jan-21 | bestemming | mutaties | 31-dec-21 | |||
| Overige reserves: | € | € | € | € | |||
| Overige reserve | 923.440 | -6.305 | 0 | 917.135 | |||
| Totaal algemene en overige reserves vorig boekjaar | 923.440 | -6.305 | 0 | 917.135 | |||
| Saldo per | Resultaat- | Overige | Saldo per | ||||
| Het verloop huidig boekjaar: | 1-jan-22 | bestemming | mutaties | 31-dec-22 | |||
| Overige reserves: | € | € | € | € | |||
| Overige reserve | 917.135 | -4.792 | 0 | 912.343 | |||
| Totaal algemene en overige reserves | 917.135 | -4.792 | 0 | 912.343 |
Toelichting:
Bestemmingsreserves
- Innovatie Zorg- en Dienstverleningsaanbod: deze bestemmingsreserve wordt aangewend om in de komende jaren blijvend te kunnen investeren in innovatie en doorontwikkeling van zorg- en dienstverlening.
- Versterken en transformeren organisatie: deze bestemmingsreserve is gevormd om verschillende activiteiten te ontplooien om de doelstellingen vanuit de strategie 'de bedoeling' te realiseren. Belangrijk onderdeel hiervan is de realisatie van de IT-roadmap en de nieuwe organisatie-inrichting Cosis2020.
- De bestemmingsreserve nalatenschap ""Het Boemeltje"" is in 2019 gevormd. In 2019 heeft Cosis, als rechtsopvolger van stichting Dagvoorzieningen voor Verstandelijk Gehandicapten Meppel (“Het Boemeltje”), een nalatenschap ontvangen.
Deze wordt in de komende jaren ingezet op een manier die recht doet aan de nalatenschap. - In 2022 is besloten om een bestemmingsreserve te creëren voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Deze reserve zal worden aangewend om de gestelde MVO-doelen te realiseren en hierover te rapporteren.
Voor de bestemmingsreserve geldt dat door de Raad van Bestuur een beperking in de besteding van het vermogen is aangebracht.
Bestemmingsfondsen
Dit betreffen de reserves vanuit de verschillende financieringen:
- reserve aanvaardbare kosten (RAK) Wlz
- reserve Wmo
- reserve Jeugdwet
- reserve overige financiering: overige financieringen
Dit is het vermogen dat is gevormd uit de resultaten uit opbrengsten uit zorgprestaties, maatschappelijke ondersteuning en overige opbrengsten. Resultaten vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) kwalificeren als bestemmingsfonds (beperking bestedingsmogelijkheid vermogen is door derden aangebracht). Resultaten vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en overige financiering kwalificeren als reserve en zijn niet door derden beklemd. Cosis presenteert deze reserves, mede op basis van historische uitgangspunten, echter wel als bestemmingsfondsen als ware deze gelden ook door derden beklemd zijn.
Conform vorig jaar is de reserve aanvaardbare kosten Wlz vanaf 2015 (decentralisatie sociaal domein) gesplitst in de reserve aanvaardbare kosten Wlz, reserve Wmo, reserve Jeugdwet en reserve overige financiering. Deze mutaties zijn verwerkt via de resultaatbestemming. Voor 2022 is dezelfde werkwijze gehanteerd.
Overige reserve
De overige reserve wordt ingezet ten behoeve van de algemene ontwikkeling van cliënten, daar waar geen financiering vanuit publieke middelen mogelijk is.
Overzicht van het totaalresultaat van de instelling
| 31-dec-22 | 31-dec-21 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||||
| Netto-resultaat toekomend aan de instelling | -36.632 | 3.870.008 | |||||
| Totaalresultaat van de instelling | -36.632 | 3.870.008 |
5. Voorzieningen
| Het verloop is als volgt weer te geven: | Saldo per 1-jan-2022 | Dotatie | Onttrekking | Vrijval | Saldo per 31-dec-2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | |||||
| 1. Overige | |||||||||
| Voorziening jubileumverplichtingen | 3.300.414 | 15.946 | 190.297 | 362.853 | 2.763.210 | ||||
| Voorziening levensfase | 845.057 | 0 | 295.726 | 121.557 | 427.774 | ||||
| Voorziening langdurig zieken | 745.163 | 1.052.399 | 620.834 | 103.615 | 1.073.113 | ||||
| Voorziening generatiepact | 1.083.829 | 938.985 | 449.569 | 41.037 | 1.532.208 | ||||
| Totaal overige | 5.974.463 | 2.007.330 | 1.556.426 | 629.062 | 5.796.305 | ||||
| Totaal voorzieningen | 5.974.463 | 2.007.330 | 1.556.426 | 629.062 | 5.796.305 |
Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:
| 31-dec-22 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | |||||||||
| Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr.) | 1.720.426 | ||||||||
| Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr.) | 4.075.879 | ||||||||
| hiervan > 5 jaar | 2.955.524 |
Toelichting:
In de voorziening langdurig zieken is de te verwachten uit te betalen transitievergoeding na uitdiensttreding opgenomen. Deze transitievergoeding wordt gecompenseerd door het UWV, op de balans is hiervoor tevens een vordering opgenomen van € 0,4 miljoen. In 2021 betrof de som aan te betalen transitievergoedingen € 0,6 miljoen.
6. Langlopende schulden
| De specificatie is als volgt: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Schulden aan banken | 2.407.236 | 2.875.468 | |
| Totaal langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) | 2.407.236 | 2.875.468 | |
| Het verloop is als volgt weer te geven: | 2022 | 2021 | |
| € | € | ||
| Stand per 1 januari | 3.343.700 | 3.811.931 | |
| Bij: nieuwe leningen | 0 | 0 | |
| Af: aflossingen | 468.232 | 468.231 | |
| Stand per 31 december | 2.875.468 | 3.343.700 | |
| Af: aflossingsverplichting komend boekjaar | 468.232 | 468.232 | |
| Stand langlopende schulden per 31 december | 2.407.236 | 2.875.468 |
Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:
| 31-dec-22 | 31-dec-21 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr.), aflossingsverplichtingen | 468.232 | 468.232 | |
| Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr.) (balanspost) | 2.407.236 | 2.875.468 | |
| hiervan > 5 jaar | 684.312 | 1.002.542 |
Voor een nadere toelichting op de langlopende schulden wordt verwezen naar de bijlage overzicht langlopende schulden. De aflossingsverplichtingen komend boekjaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.
Toelichting:
De boekwaarde van de leningen benadert de reële waarde.
Vestiging hypotheekrecht Waarborgfonds voor de Zorgsector:
Het waarborgfonds voor de Zorgsector heeft gebruik gemaakt van haar recht tot de vestiging van een recht van hypotheek en een pandrecht, tot zekerheid voor de voldoening van de huidige en toekomstige door haar verstrekte borgstellingen.
Voor Cosis is het recht van eerste hypotheek verleend tot een bedrag van € 6 miljoen.
7. Overige kortlopende schulden
| De specificatie is als volgt: | 31-dec-22 | 31-dec-21 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Schulden aan banken | 468.232 | 468.231 | |
| 2. Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 4.369.438 | 6.233.631 | |
| 3. Belastingen en premies sociale verzekeringen | 7.398.810 | 7.622.239 | |
| 4. Schulden ter zake pensioenen | 3.771.986 | 68.546 | |
| 5. Overige schulden: | |||
| - Nog te betalen salarissen | 236.600 | 218.843 | |
| - Vakantiegeld | 5.978.156 | 5.712.875 | |
| - BTW | 20.609 | 60.782 | |
| - Vrienden van Cosis | 77.538 | 66.455 | |
| - Rente | 124.686 | 145.915 | |
| - Reservering vakantie- & PBL-uren | 19.345.579 | 18.298.877 | |
| - Overige schulden | 580.975 | 437.575 | |
| - Nog te verrekenen met bewoners | 1.286 | 1.338 | |
| Totaal overige schulden | 26.365.429 | 24.942.660 | |
| 6. Overige passiva | |||
| - Overlopende posten | 4.702.551 | 7.201.764 | |
| Totaal overige passiva | 4.702.551 | 7.201.764 | |
| Totaal overige kortlopende schulden | 47.076.446 | 46.537.071 |
Toelichting:
De stijging in de schulden ter zake pensioenen wordt veroorzaakt door een timingsverschil in de facturatie ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast is de reservering uit hoofde van vakantie- & PBL-uren toegenomen onder meer als gevolg van 8 uren extra balansverlof per medewerker.
Alle kortlopende verplichtingen hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
8. Niet in de balans opgenomen regelingen
| 31-dec-22 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Operational lease | € | |||
| Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operational leases als volgt te specificeren: | ||||
| Looptijd tot 1 jaar | 992.926 | |||
| Looptijd van 1 jaar tot 5 jaar | 658.651 | |||
| 1.651.577 | ||||
| Huren | ||||
| Op balansdatum heeft Stichting Cosis uit hoofde van huurcontracten de volgende verplichtingen. | ||||
| Tevens is aangegeven wat de looptijd van de verplichtingen is. | ||||
| Verplichting < 1 jaar | 15.552.322 | |||
| Verplichting 1 tot 5 jaar | 28.316.308 | |||
| Verplichting > 5 jaar | 13.034.799 | |||
| 56.903.429 | ||||
| Investeringsverplichtingen | ||||
| Op balansdatum heeft Stichting Cosis de volgende aanneemovereenkomsten afgesloten: | ||||
| Nieuwbouw 32 zorgappartementen aan Zuideinde 28 te Meppel | 1.555.350 | |||
| Nieuwbouw woongebouw dr. Picardtlaan Coevorden | 4.537.489 | |||
| 6.092.839 | ||||
| Garanties | ||||
| Door de Rabobank Noord-Drenthe zijn 10 garanties afgegeven: | ||||
| Het gaat hierbij om de volgende huurpanden: | € | |||
| Lauwers 21 | Assen | 62.956 | ||
| Eekhorstweg 4 | Meppel | 25.363 | ||
| Norgerweg 2d | Roden | 24.802 | ||
| Angelsloërdijk 29E | Emmen | 15.420 | ||
| Weerdingerstraat 84 | Emmen | 13.620 | ||
| Noordbargerstraat 37 | Emmen | 11.000 | ||
| Friesestraat 64 | Coevorden | 8.709 | ||
| Houtweg 101 | Emmen | 5.600 | ||
| Ripperdalaan 7 | Groningen | 2.538 | ||
| Lijzijde 12 | Groningen | 2.422 | ||
| 172.430 | ||||
| 172.430 |
Obligoverplichting Waarborgfonds voor de Zorgsector
Stichting Cosis heeft voor opgenomen leningen, met een restschuld ultimo 2022 van in totaal € 1.353.138 borging van het Waarborgfonds voor de Zorgsector ontvangen. Indien stichting Cosis onverhoopt niet meer in staat zou zijn aan haar rente- en aflossingsverplichtingen van deze schulden te voldoen, neemt het Waarborgfonds deze verplichting over. Het Waarborgfonds beschikt hiertoe over een ruim risicovermogen.
Als het Waarborgfonds niet meer aan haar uit borging voortkomende verplichtingen kan voldoen, kan stichting Cosis worden verplicht om maximaal 3% van de restschuld van haar geborgde leningen als renteloze lening aan het Waarborgfonds te verstrekken. Dit bedraagt per ultimo 2022 € 40.594.
6.1.6 Mutatieoverzicht materiële vaste activa
| Bedrijfs- gebouwen en terreinen | Machines en installaties | Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en admini- stratieve uitrusting | Materiële vaste uitvoering en vooruit- betalingen op materiële vaste activa | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2022 | € | € | € | € | € | ||||
| - aanschafwaarde | 87.040.267 | 22.261.093 | 36.150.868 | 3.833.759 | 149.285.987 | ||||
| - cumulatieve herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| - cumulatieve afschrijvingen | 49.522.064 | 8.146.216 | 19.871.888 | 0 | 77.540.168 | ||||
| Boekwaarde per 1 januari 2022 | 37.518.203 | 14.114.877 | 16.278.980 | 3.833.759 | 71.745.819 | ||||
| Mutaties in het boekjaar | |||||||||
| - investeringen | 1.230.975 | 1.272.692 | 3.149.271 | 8.322.837 | 13.975.775 | ||||
| - herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| - afschrijvingen | 2.766.288 | 1.920.034 | 4.242.408 | 0 | 8.928.730 | ||||
| - in gebruikname | 1.751.687 | 95.459 | 71.615 | -1.918.761 | 0 | ||||
| - terugname geheel afgeschreven activa | |||||||||
| .aanschafwaarde | 2.872.097 | 202.036 | 3.206.159 | 0 | 6.280.292 | ||||
| .cumulatieve herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| .cumulatieve afschrijvingen | 2.872.097 | 202.036 | 3.206.159 | 0 | 6.280.292 | ||||
| - desinvesteringen | |||||||||
| aanschafwaarde | 982.524 | 71.278 | 91.751 | 0 | 1.145.553 | ||||
| cumulatieve herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| cumulatieve afschrijvingen | 433.764 | 34.274 | 50.121 | 0 | 518.159 | ||||
| per saldo | 548.760 | 37.004 | 41.630 | 0 | 627.394 | ||||
| Mutaties in boekwaarde (per saldo) | -332.386 | -588.887 | -1.063.152 | 6.404.076 | 4.419.652 | ||||
| Stand per 31 december 2022 | |||||||||
| - aanschafwaarde | 86.168.308 | 23.355.930 | 36.073.844 | 10.237.836 | 155.835.918 | ||||
| - cumulatieve herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| - cumulatieve afschrijvingen | 48.982.491 | 9.829.940 | 20.858.016 | 0 | 79.670.447 | ||||
| Boekwaarde per 31 december 2022 | 37.185.817 | 13.525.990 | 15.215.828 | 10.237.836 | 76.165.471 | ||||
| Afschrijvingspercentage | 0 - 20% | 5 - 12,50% | 10 - 20% | 0% |
De ingebruikname van de Materiele vaste bedrijfsactiva in uitvoering, is onder de mutaties in het boekjaar op "in gebruikname" in beeld gebracht. Deze zijn toegevoegd op basis ingebruikname aan de kolommen Bedrijfsgebouwen en terreinen, Machines en installaties en Andere vaste bedrijfsmiddelen via dezelfde post i.p.v. de post investeringen en ontrokken in de kolom Materiele vaste bedrijfsactiva in uitvoering onder deze post i.p.v. desinvesteringen.
6.1.7 Overzicht langlopende schulden ultimo 2022
| Leninggever | Datum | Hoofd- som | Totale looptijd | Soort lening | Werke-lijke-rente | Rest- schuld 31 december 2021 | Nieuwe leningen in 2022 | Af- lossing in 2022 | Rest- schuld 31 december 2022 | Rest- schuld over 5 jaar | Res- terende looptijd in jaren eind 2022 | Aflos-sings-wijze | Aflos-sing 2023 | Gestelde zeker- heden |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | % | € | € | € | € | € | ||||||||
| Bank Ned. Gemeenten | 2-jun. -03 | 733.763 | 40 | hypo- theek | 2,47% | 538.093 | 0 | 24.459 | 513.634 | 391.340 | 21 | lineair | 24.459 | rijksgarantie |
| Bank Ned. Gemeenten | 2-aug. -13 | 1.700.938 | 17 | hypo- theek | 2,67% | 896.386 | 0 | 100.569 | 795.817 | 292.972 | 8 | variabel | 100.569 | rijksgarantie |
| Bank Ned. Gemeenten | 27-jun. -07 | 3.000.000 | 20 | hypo- theek | 4,27% | 903.765 | 0 | 150.628 | 753.137 | 0 | 5 | variabel | 150.628 | WfZ |
| Bank Ned. Gemeenten | 28-nov. -06 | 3.000.000 | 20 | hypo- theek | 3,30% | 750.000 | 0 | 150.000 | 600.000 | 0 | 4 | lineair | 150.000 | WfZ |
| Bank Ned. Gemeenten | 2-okt. -08 | 2.669.011 | 24 | hypo- theek | 4,75% | 255.456 | 0 | 42.576 | 212.880 | 0 | 5 | lineair | 42.576 | rijksgarantie |
| Totaal | 3.343.700 | 0 | 468.232 | 2.875.468 | 684.312 | 468.232 | ||||||||
De verstrekte zekerheden voor de opgenomen leningen met WfZ borgstelling luiden als volgt:
• 1e hypothecaire inschrijving ad € 6.000.000 gezamelijk door het WfZ op al het onroerend goed, met uitzondering van:
- W1617, Lauwers 17 te Assen (nieuwbouw)
- X1177, Smetanalaan 536 te Assen (nieuwbouw)
• hypothecaire zekerheid op bedrijfsgebouwen en -terreinen;
• pandrecht op de vorderingen;
• pandrecht op de machines, installaties en inventaris.
6.1.8 Toelichting op de winst- en verliesrekening over 2022
Gesegmenteerde winst- en verliesrekening
SEGMENT 1 WLZ
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | |||
| Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 189.162.902 | 181.625.411 | |
| Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 0 | 0 | |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 189.162.902 | 181.625.411 | |
| BEDRIJFSLASTEN: | |||
| Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten | 11.753.525 | 8.952.527 | |
| Lonen en salarissen | 91.449.330 | 86.363.579 | |
| Sociale lasten | 14.604.239 | 13.240.881 | |
| Pensioenlasten | 7.972.078 | 7.235.827 | |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 7.095.092 | 6.515.031 | |
| Overige bedrijfskosten | 53.392.615 | 53.217.708 | |
| Som der bedrijfslasten | 186.266.879 | 175.525.553 | |
| Financiële baten en lasten | 29.440 | -233.909 | |
| RESULTAAT BOEKJAAR | 2.925.463 | 5.865.949 | |
| RESULTAATBESTEMMING | |||
| Het resultaat is als volgt verdeeld: | 2022 | 2021 | |
| Toevoeging/(onttrekking): | € | € | |
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 2.925.463 | 5.865.949 | |
| Reserve Wmo | 0 | 0 | |
| Reserve Jeugdwet | 0 | 0 | |
| Reserve overige financiering | 0 | 0 | |
| Algemene reserves | 0 | 0 | |
| 2.925.463 | 5.865.949 |
SEGMENT 2 WMO
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | |||
| Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 0 | 0 | |
| Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 27.958.777 | 31.734.798 | |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 27.958.777 | 31.734.798 | |
| BEDRIJFSLASTEN: | |||
| Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten | 5.671.829 | 5.776.670 | |
| Lonen en salarissen | 14.842.209 | 16.286.494 | |
| Sociale lasten | 2.385.015 | 2.505.716 | |
| Pensioenlasten | 1.336.469 | 1.397.897 | |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 687.129 | 813.404 | |
| Overige bedrijfskosten | 5.236.024 | 6.384.385 | |
| Som der bedrijfslasten | 30.158.675 | 33.164.566 | |
| Financiële baten en lasten | 24.419 | -33.027 | |
| RESULTAAT BOEKJAAR | -2.175.479 | -1.462.795 | |
| RESULTAATBESTEMMING | |||
| Het resultaat is als volgt verdeeld: | 2022 | 2021 | |
| Toevoeging/(onttrekking): | € | € | |
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 0 | 0 | |
| Reserve Wmo | -2.175.479 | -1.462.795 | |
| Reserve Jeugdwet | 0 | 0 | |
| Reserve overige financiering | 0 | 0 | |
| Algemene reserves | 0 | 0 | |
| -2.175.479 | -1.462.795 |
SEGMENT 3 JEUGDWET
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | |||
| Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 35.789.892 | 31.903.508 | |
| Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 0 | 0 | |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 35.789.892 | 31.903.508 | |
| BEDRIJFSLASTEN: | |||
| Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten | 1.956.933 | 1.816.579 | |
| Lonen en salarissen | 19.964.311 | 17.418.545 | |
| Sociale lasten | 3.127.219 | 2.647.249 | |
| Pensioenlasten | 1.700.899 | 1.440.400 | |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 805.188 | 714.467 | |
| Overige bedrijfskosten | 8.076.299 | 6.925.827 | |
| Som der bedrijfslasten | 35.630.849 | 30.963.067 | |
| Financiële baten en lasten | 19.375 | -44.462 | |
| RESULTAAT BOEKJAAR | 178.418 | 895.978 | |
| RESULTAATBESTEMMING | |||
| Het resultaat is als volgt verdeeld: | 2022 | 2021 | |
| Toevoeging/(onttrekking): | € | € | |
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 0 | 0 | |
| Reserve Wmo | 0 | 0 | |
| Reserve Jeugdwet | 178.418 | 895.978 | |
| Reserve overige financiering | 0 | 0 | |
| Algemene reserves | 0 | 0 | |
| 178.418 | 895.978 |
SEGMENT 4 OVERIGE
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | |||
| Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 5.488.373 | 7.110.989 | |
| Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 6.219.022 | 6.236.136 | |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 11.707.395 | 13.347.125 | |
| BEDRIJFSLASTEN: | |||
| Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten | 497.838 | 517.702 | |
| Lonen en salarissen | 7.096.909 | 6.745.574 | |
| Sociale lasten | 1.107.660 | 1.998.617 | |
| Pensioenlasten | 612.011 | 562.608 | |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 341.320 | 363.193 | |
| Overige bedrijfskosten | 3.024.212 | 4.576.374 | |
| Som der bedrijfslasten | 12.679.950 | 14.764.068 | |
| Financiële baten en lasten | 7.521 | -12.181 | |
| RESULTAAT BOEKJAAR | -965.034 | -1.429.124 | |
| RESULTAATBESTEMMING | |||
| Het resultaat is als volgt verdeeld: | 2022 | 2021 | |
| Toevoeging/(onttrekking): | € | € | |
| Reserve aanvaardbare kosten Wlz | 0 | 0 | |
| Reserve Wmo | 0 | 0 | |
| Reserve Jeugdwet | 0 | 0 | |
| Reserve overige financiering | -960.242 | -1.422.819 | |
| Algemene reserves | -4.792 | -6.305 | |
| -965.034 | -1.429.124 |
AANSLUITING TOTAAL RESULTAAT MET RESULTAAT SEGMENTEN
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Resultaat volgens gesegmenteerde resultatenrekeningen: | |||
| SEGMENT 1 WLZ | 2.925.463 | 5.865.949 | |
| SEGMENT 2 WMO | -2.175.479 | -1.462.795 | |
| SEGMENT 3 JEUGDWET | 178.418 | 895.978 | |
| SEGMENT 4 OVERIGE | -965.034 | -1.429.124 | |
| -36.632 | 3.870.008 | ||
| Resultaat volgens de resultatenrekening | -36.632 | 3.870.008 |
BATEN
9. Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Zorgverzekeringswet | 74.546 | 5.740 | |
| 2. Wet langdurige zorg | 187.898.590 | 180.441.441 | |
| 3. Subsidies op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies | 573.969 | 2.679.979 | |
| 4. Beschikbaarheidsbijdrage zorgfuncties | 637.727 | 533.665 | |
| 5. Baten uit onderaanneming | 1.685.489 | 1.783.127 | |
| 6. Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening | 3.949.190 | 3.606.358 | |
| 7. Opbrengsten Jeugdwet | 35.621.656 | 31.589.597 | |
| Totaal | 230.441.167 | 220.639.908 |
Toelichting:
Ten aanzien van de 'subsidies op grond van een regeling' gaat het specifiek om artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies of door het Zorginstituut op grond van de artikelen 10.1.3, 10.1.4, 11.1.5 of 11.5.1 van de Wet langdurig zorg.
In de vergelijkdende cijfers is de ontvangen bonus voor zorgpersoneel gepresenteerd onder de post 'Subsidies op grond van een regeling' voor een totaal bedrag van € 2.472.576. De uitbetaling van de zorgbonus is verantwoord onder de 'Lonen en salarissen'. De zorgbonus was niet van toepassing voor het jaar 2022, wat een daling in de subsidieopbrengsten verklaard.
10. Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Opbrengsten Wet maatschappelijke ondersteuning | 27.967.646 | 31.829.097 | |
| 2. Overige andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten: | |||
| - Subsidies vanwege Provincies en gemeenten (exclusief Wmo en Jeugdwet) | 1.145.703 | 1.719.993 | |
| - Overige subsidies, waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies | 787.946 | 601.913 | |
| - Activiteiten/ overige dienstverlening | 42.389 | 29.443 | |
| - Overige opbrengsten | 4.234.115 | 3.790.487 | |
| Totaal overige andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 6.210.153 | 6.141.836 | |
| Totaal andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten | 34.177.799 | 37.970.933 |
Toelichting:
De overige opbrengsten bestaan voor circa de helft uit opbrengsten uit samenwerkingsverbanden en commerciële dagactiviteiten.
LASTEN
11. Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Personeel niet in loondienst | 11.781.596 | 8.673.721 | |
| Kosten uitbesteding onderaannemers | 8.098.529 | 8.389.756 | |
| Totaal kosten van uitbesteed werk en andere kosten | 19.880.125 | 17.063.477 |
Toelichting:
De stijging van de kosten 2022 van uitbesteed werk en andere externe kosten t.o.v. 2021, wordt veroorzaakt door een stijging van inzet van personeel niet in loondienst.
12. Lonen en salarissen
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Lonen en salarissen | 133.352.758 | 126.814.192 | |
| Totaal lonen en salarissen | 133.352.758 | 126.814.192 |
Toelichting:
Onder lonen en salarissen is een bedrag van € 2.790.742 (2021: € 2.389.521) in mindering gebracht als gevolg van ontvangen ziekengeld.
13. Sociale lasten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Sociale lasten | 21.224.133 | 20.392.464 | |
| Totaal sociale lasten | 21.224.133 | 20.392.464 |
14. Pensioenlasten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Pensioenlasten | 11.621.457 | 10.636.733 | |
| Totaal pensioenlasten | 11.621.457 | 10.636.733 |
Specificatie gemiddeld aantal personeelsleden (in FTE's):
Vanuit de verschillende segmenten (financieringsstromen) vallen onze medewerkers onder twee CAO's.
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| cao VG | 2.726 | 2.651 | |
| cao GGZ | 324 | 334 | |
| Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van full-time eenheden | 3.050 | 2.985 | |
| Aantal personeelsleden dat buiten Nederland werkzaam is | 0 | 0 |
Toelichting:
De toename van de lonen en salarissen wordt met name veroorzaakt door de stijging van het aantal personeelsleden en cao-stijgingen.
15. Afschrijvingen op materiële vaste activa
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Afschrijvingen: | |||
| - materiële vaste activa | 8.928.729 | 8.406.095 | |
| Totaal afschrijvingen | 8.928.729 | 8.406.095 |
16. Overige bedrijfskosten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| Overige personeelskosten | 9.086.332 | 9.567.965 | |
| Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten | 17.630.273 | 15.746.791 | |
| Algemene kosten | 14.198.597 | 15.102.830 | |
| Patiënt- en bewonersgebonden kosten | 6.067.880 | 5.883.004 | |
| Onderhoud en energiekosten: | |||
| - Onderhoud | 3.684.766 | 3.246.627 | |
| - Energie | 3.436.093 | 3.693.868 | |
| Totaal onderhoud en energiekosten | 7.120.859 | 6.940.495 | |
| Huur en leasing | 14.631.837 | 14.319.130 | |
| Dotaties en vrijval voorzieningen (PBL, jubileum, langdurig zieken en generatiepact) | 993.372 | 3.544.079 | |
| Totaal overige bedrijfskosten | 69.729.150 | 71.104.294 |
Toelichting:
De algemene kosten bevatten een boekwinst van € 867.519 uit hoofde van verkoop van vaste activa (2021: € 453.502 boekverlies). Dit zorgt per saldo voor een lager niveau aan algemene kosten in 2022.
17. Financiële baten en lasten
| De specificatie is als volgt: | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 365.353 | 2.500 | |
| Subtotaal financiële baten | 365.353 | 2.500 | |
| 2. Rentelasten en soortgelijke kosten | -284.599 | -326.078 | |
| Subtotaal financiële lasten | -284.599 | -326.078 | |
| Totaal financiële baten en lasten | 80.754 | -323.578 |
Toelichting:
In de '1. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten' is de vrijval van de jubileumvoorziening opgenomen ad € 362.853. Deze vrijval is het gevolg van een stijging van de disconteringsvoet van 1,5% naar 2,8% met als onderliggende oorzaak de rentestijging in 2022. Dit heeft een positief effect op de exploitatie.
18. Honoraria onafhankelijke accountant
| 2022 | 2021 | ||
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| De honoraria van de onafhankelijke accountant over 2022 zijn als volgt: | |||
| 1. Controle van de jaarrekening | 196.879 | 191.902 | |
| 2. Overige controlewerkzaamheden (w.o. Regeling AO/IC en Nacalculatie) | 43.095 | 48.098 | |
| 3. Fiscale advisering | 0 | 0 | |
| 4. Niet-controlediensten | 0 | 0 | |
| Totaal honoraria accountant | 239.974 | 240.000 |
Toelichting:
De kosten 'Controle van de jaarrekening' zijn de kosten voor de controle van het boekjaar. De bedragen zijn inclusief BTW.
19. Transacties met verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de instelling, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.
De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders die in het kader van de WNT verantwoord worden, is opgenomen onder punt 20.
20. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)
De WNT is van toepassing op stichting Cosis. Het voor stichting Cosis toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2022 € 216.000. Het betreft het bezoldigingsmaximum voor zorg en jeugdhulp, klasse V, totaalscore 12 punten.
1. Bezoldiging topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
| Gegevens 2022 | ||
|---|---|---|
| bedragen x € 1 | B.J. Hogeboom | M.I. de Graaf Siegers |
| Functiegegevens | Voorzitter RvB | Lid RvB |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 | 01/04 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,00 | 1,00 |
| Dienstbetrekking? | Ja | Ja |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 202.472 | 116.917 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 13.528 | 10.086 |
| Subtotaal | 216.000 | 127.003 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 216.000 | 162.740 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 216.000 | 127.003 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2021 | ||
| bedragen x € 1 | B.J. Hogeboom | M.I. de Graaf Siegers |
| Functiegegevens | Lid RvB | Lid RvB |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01/01 - 31/12 | |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,00 | N.v.t. |
| Dienstbetrekking? | Ja | N.v.t. |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 190.254 | 0 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 12.788 | 0 |
| Bezoldiging | 203.042 | 0 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 209.000 | 0 |
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 1, 2 en 3)
| Gegevens 2022 | |||
|---|---|---|---|
| bedragen x € 1 | A. Meijerman | R.E. Bouius - Riemersma | E. de Vries |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 16.153 | 12.812 | 11.141 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 32.400 | 21.600 | 21.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t | N.v.t | N.v.t |
| Bezoldiging | 16.153 | 12.812 | 11.141 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2021 | |||
| bedragen x € 1 | A. Meijerman | R.E. Bouius - Riemersma | E. de Vries |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 15.631 | 12.398 | 10.781 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 31.350 | 20.900 | 20.900 |
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 4, 5 en 6)
| Gegevens 2022 | |||
| bedragen x € 1 | R.B. Reekers | J.A. van Oijen | W. van de Pol |
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 12.812 | 11.141 | 11.141 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 21.600 | 21.600 | 21.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t | N.v.t | N.v.t |
| Bezoldiging | 12.812 | 11.141 | 11.141 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2021 | |||
| bedragen x € 1 | R.B. Reekers | J.A. van Oijen | W. van de Pol |
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 12.398 | 10.781 | 10.781 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 20.900 | 20.900 | 20.900 |
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 7)
| Gegevens 2022 | |
|---|---|
| bedragen x € 1 | H. Mulder |
| Functiegegevens | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 12.812 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 21.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t |
| Bezoldiging | 12.812 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. |
| Gegevens 2021 | |
| bedragen x € 1 | H. Mulder |
| Functiegegevens | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | 12.398 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 20.900 |
2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
6.1.9 Vaststelling en goedkeuring jaarrekening
Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed zijn op de waardering en resultaatbepaling van de jaarrekening 2022.
Vaststelling en goedkeuring jaarrekening
De Raad van Bestuur van stichting Cosis heeft de jaarrekening 2022 opgemaakt en vastgesteld in de vergadering van 11 mei 2023.
De Raad van Toezicht van de stichting Cosis heeft de jaarrekening 2022 goedgekeurd in de vergadering van 11 mei 2023.
Resultaatbestemming
Het resultaat wordt verdeeld volgens de resultaatverdeling in paragraaf 6.1.2.
Ondertekening door bestuurders en toezichthouders
| Voorzitter Raad van Bestuur | Lid Raad van Bestuur | |
| B.J. Hogeboom | M.I. de Graaf - Siegers | |
| Voorzitter Raad van Toezicht | Lid Raad van Toezicht | |
| E. van Lente | R.E. Bouius-Riemersma | |
| Lid Raad van Toezicht | Lid Raad van Toezicht | |
| H. Mulder | R.B. Reekers | |
| Lid Raad van Toezicht | Lid Raad van Toezicht | |
| W. van de Pol | E. de Vries | |
| Lid Raad van Toezicht | ||
| J. A. van Oijen |