3.1 Methodisch werken
Binnen Cosis hebben we acht basismethodieken. We hebben onder andere methodiekwerkgroepen georganiseerd. Aandachtsfunctionarissen van de methodiek komen hier bijeen, om met elkaar (de borging van) de methodiek de bespreken. In deze methodiekwerkgroepen komen verschillende onderwerpen aan bod. Denk bijvoorbeeld aan: basishouding (waarden van de methodiek), technieken, verdieping.
Een voorbeeld: In de methodiekwerkgroep van de methodiek Ouder Wordende Client (OWC) hebben we tijdens een van deze bijeenkomsten gesproken over de reminiscentie benadering. Deze benadering richt zich op het ophalen van herinneringen aan gebeurtenissen of ervaringen uit het verleden. Hierdoor krijg je o.a. zicht op gebeurtenissen in het levensverhaal van een cliënt. En ben je in gesprek met cliënt over wat belangrijk voor hem/ haar is (geweest). Op deze manier kun je dit ook terug laten komen in de dagelijkse zorg/ ondersteuning.
Tijdens de methodiekbijeenkomst hebben we besproken wanneer je deze benadering kunt inzetten. En hoe materialen, geuren, muziek, foto’s etc. hierbij kunnen helpen. Begeleiders van een dagbestedingslocatie hebben tijdens deze bijeenkomst verschillende voorbeelden laten zien, hoe zij dit toepassen in de dagelijkse praktijk.
Op sommige locaties verandert de doelgroep waardoor de methodiek mogelijk niet meer passend is. Locaties kunnen dan een aanvraag doen om van methodiek te veranderen. De methodiekcommissie behandelt deze aanvragen. Zij stellen verdiepende vragen en denken mee. Soms leggen zij contact met de methodiekcoach. Zij geven advies over het wel/ niet overstappen en wat aandachtspunten zijn.
3.2 Zorgplannen
De in paragraaf 3.1 beschreven methodieken gebruiken we als basis voor het opstellen van de zorgplannen. De doelen in het zorgplan worden geformuleerd aan de hand van de zorgvraag van de cliënt, waarbij de methodiek ondersteunend werkt.
Het streven is dat cliënten na zes weken in zorg te zijn een zorgplan hebben. Het zorgplan is niet ouder dan een jaar (actueel zorgplan). De afspraak is dat er binnen cluster Ambulant minimaal 80% geldige zorgplannen zijn en binnen cluster KJG en Wonen minimaal 85% geldige zorgplannen zijn.
Voor een geldig zorgplan in het elektronisch cliëntdossier ONS moeten alle onderstaande vier deelindicatoren op orde zijn.
Volgens de laatste gegevens over 2023 ziet het overzicht geldige zorgplannen er per cluster als volgt uit:
- Ambulant 75,40 %
- KJG: 77,80%
- Wonen 83,60%
- Cosis breed 78,40%
(Bron: kwartaalrapportages 2023)
Kijken we alleen naar het onderdeel zorgplan, dan scoren we met 86% boven de norm. Deze cijfers geven informatie over het proces rond zorgplansystematiek, maar niet over de inhoud van de plannen, terwijl die minstens zo belangrijk is. Hier willen we in 2024 meer aandacht aan besteden.
In 2023 hebben we meer nadruk gelegd op de eigen regie van de client en het meer betrekken van verwanten en vertegenwoordigers. Ook hebben we meer aandacht besteed aan het verbeteren van rollen, taken en verantwoordelijkheden rondom ONS, meer regie in het primair proces en betere afstemming tussen de clusters.
3.3 Veilig wonen en werken
Alle cliënten en medewerkers binnen Cosis moeten veilig kunnen wonen en werken. Een veilige omgeving voor iedereen gaat bijvoorbeeld over medicatieveiligheid, veiligheid op social media, #MeToo, onveiligheid door agressie, onvrijwillige zorg enzovoort.
Als iets niet goed gaat en je voelt je niet veilig, dan is het belangrijk om dat te melden. Binnen teams bespreken we de meldingen om hiervan te leren en verbeteringen door te voeren om de kwaliteit van zorg te verbeteren.
De veiligheidscommissies binnen clusters en ondersteunende diensten en veiligheidscommissies op thema’s (b.v. suïcide, seksualiteit) brengen veiligheidsrisico’s voor cliënten en medewerkers in kaart. Waar nodig ondernemen zij actie om de kwaliteit van zorg te verbeteren.
3.3.1 Meldingen Incidenten cliënten (MIC)
In deze paragraaf belichten we de meldingen waarbij cliënten betrokken zijn. Het zijn cijfers voor heel Cosis uitgesplitst naar soort incident. De toelichting gaat in op een aantal zaken die op clusterniveau speelden.
Binnen cluster Wonen is het aantal meldingen valincidenten opvallend toegenomen. In Q3 is vanuit veiligheidsdossier Medisch beleid een werkinstructie opgesteld over de risicosignalering van valgevaar. Dit heeft mogelijk bijgedragen aan meer alertheid op dit thema. Bij met name de ouder wordende doelgroep zien we meer ernstige gevolgen van de valincidenten. We blijven dit monitoren in 2024.
We zien een daling in het aantal suïcide gerelateerde incident meldingen. Dit wordt met name veroorzaakt door een afname binnen de clusters KJG en ambulant. De aantallen blijven in vergelijking met voorgaande jaren echter hoog. Vanuit het veiligheidsdossier Suïcidepreventie is het beleid geactualiseerd in Q4, met meer aandacht op de preventieve kant en scholing.
Uit calamiteitenonderzoek blijkt dat we nog meer in gesprek kunnen gaan over wat een Veilige Zorgrelatie betekent in de praktijk. Wat zijn de persoonlijke grenzen van de cliënt en respecteer je als zorgverlener deze grenzen? Hoe voer je hierover het gesprek met de cliënt en met collega’s? Onderzoek en meldingen aan toezichthouder Als er incidenten zijn maken de teams zelf de eerste reflectie en analyses van incidentmeldingen. Op die manier leren ze van hetgeen gebeurd is. IGJ en gemeenten geven aan wanneer incidenten bij hen gemeld moeten worden. Het gaat hier om ernstige incidenten. Incidentonderzoekers van de afdeling Kennis Kwaliteit en Onderzoek ondersteunen bij het afwegen wat wel/niet gemeld moet worden en indien nodig voeren zij onderzoek uit. Doel van het onderzoek is ophalen wat we kunnen leren en wat we kunnen doen om de kwaliteit van zorg te verbeteren.
In 2023 zijn in totaal 28 cases voorgelegd aan het team Incidentonderzoekers. De verdeling over de clusters is daarbij als volgt: 13x Wonen, 8x Ambulant en 7x KJG. Dit heeft 15 keer geleid tot een intern onderzoek. Hiervan zijn negen incidenten gemeld bij een toezichthouder (IGJ of gemeente).
Onder de categorie ‘overig’ vallen o.a. ook prik-, snij-, bijtincidenten; vermissing; verslikken; problematisch middelen- of alcoholgebruik en (mogelijk) huiselijk geweld. Deze zijn omwille van de leesbaarheid hier niet verder uitgesplitst.
Onder suïcide incidenten vallen alle meldingen die met suïcide te maken hebben, dus ook als een cliënt vertelt te denken aan suïcide. Zie de bijlage met tabellen voor meer cijfers rondom MIC-meldingen.
3.3.2 Meldingen Incidenten Medewerkers (MIM)
In 2022 schreven we dat er ten opzichte van 2021 veel meer meldingen incidenten medewerkers waren gedaan. We vonden dat een positieve ontwikkeling, omdat we het aantal meldingen laag vonden voor een organisatie van onze omvang.
In 2023 is het aantal meldingen incidenten medewerkers weer gestegen. Toch besteden we nog steeds veel aandacht aan het melden van incidenten waar medewerkers bij betrokken zijn, omdat het aantal MIM meldingen achterblijft bij het aantal MIC meldingen. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld het idee toch al gemeld te hebben (MIC), niet veilig genoeg voelen in team of bij leidinggevende of de gedachte dat incidenten nou eenmaal bij het soort werk horen.
In 2024 willen we de incident registratieformulieren voor zowel medewerkers als cliënten integreren, tot een meer gebruiksvriendelijk alternatief.
Er waren in 2022 relatief veel meldingen in de categorie ‘Overig’, bij zowel incidentmeldingen cliënten als medewerkers. We adviseerden om incidenten rondom bijvoorbeeld middelengebruik als aparte categorie te registreren. Dit is in 2023 gebeurd. Zie de bijlage met tabellen voor meer cijfers rondom MIM-meldingen zie de bijlage met tabellen.
In 2023 is er een arbeidsongeval geweest dat we moesten melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. De inspectie heeft ons de opdracht gegeven onderzoek te doen naar het ongeval en een werkgeversrapportage op te stellen. We hebben onder leiding van ons team Arbo de verbetermaatregelen opgesteld, uitgevoerd en het onderzoek succesvol afgerond.
3.3.3 Suïcidepreventie
De veiligheidscommissie Suïcidepreventie heeft in 2023 extra ingezet op scholing. Wat heeft de medewerker nodig om het goede gesprek te voeren? Medewerkers konden aan diverse scholingen deelnemen. Vanuit de opgedane ervaringen zal in 2024 een advies geschreven worden. Voor gedragswetenschappers stond tijdens de scholing de vraag centraal: hoe kan je als gedragswetenschapper cliënten en de teams het beste helpen? Rond suïcidepreventie organiseerden we ook een Kenniscafe.
Lees hier het verhaal:
Suïcidepreventie, heb ik de goede keuze gemaakt
Er staat sinds kort een beleid suïcide preventie in Zenya en in SharePoint. Joukje Blomsma en Sharina Grefelman, beiden gedragswetenschapper binnen Cosis, zijn, samen met anderen, actief in het Veiligheidsdossier suïcidepreventie. Het nieuwe beleid was nodig, omdat het oude beleid wat er lag te weinig gericht was op de preventie van suïcide. In het huidige beleid is meer aandacht voor deze preventieve kant, waarin de begeleiders meer handvatten krijgen om met het suïciderisico van een cliënt om te gaan.
Bij het implementeren van het nieuwe beleid merkte het Veiligheidsdossier dat er behoefte is binnen de organisatie aan meer scholing rondom dit onderwerp.
Sharina: ‘Met een aantal collega gedragswetenschappers zijn we een drietal trainingen over dit onderwerp gaan volgen van Teunis van den Hazel. Hij is klinisch psycholoog en psychotherapeut en houdt zich in de praktijk veel bezig met cliënten met suïcidaal gedrag. Hij zorgde voor een boeiende en leerzame verdieping op het onderwerp. Het is een superspannend onderwerp, waarbij je als begeleider en gedragswetenschapper voortdurend bezig bent met de vraag: ‘heb ik de goede keuze gemaakt?’
Teun: ‘De training was gericht op het voorkomen van suïcide. En dat is gebaseerd op je eigen contact met je client. Beschikbaar zijn, de juiste vagen stellen, beschikbaar blijven en doorvragen. Het voorkomen van suïcides gaat dus over je eigen gedrag en de communicatie die je aangaat. De training bevatte veel reflectie op je eigen rol, je eigen keuzes. De dreiging van suïcide doet veel met mensen. Het zorgt voor angst, twijfel en onzekerheden. Het lijden, het verdriet en de hopeloosheid vragen een sfeer van veiligheid en vertrouwen om dit te kunnen bespreken. Iedereen heeft wel een voorbeeld van suïcide in zijn of haar omgeving die effect op hem of haar heeft gehad. Dat zijn we gaan bespreken. Dat betekent ook dat je die ervaring uit je privé meeneemt naar een professionele situatie. Hoe dicht wil je naar de pijn gaan? Hoe ver kan je meebewegen? Contact maken is het belangrijkst. We zijn vooral gaan oefenen. We bespraken cases en voerden intense gesprekken in de groep.’
Joukje: ‘We kunnen nog verder uit gaan wijden over de inhoud van de training, maar willen hier binnen de organisatie nog in breder verband op terugkomen. De training was een groot succes. Naast dat de gedragswetenschappers die deel hebben genomen aan de training veel kennis hebben opgedaan die ze meteen in de praktijk kunnen brengen, hebben we ook veel opgehaald waarmee we de visie en het beleid op het onderwerp kunnen aanscherpen. Veel aspecten waarmee we nog moeten stoeien. Het blijft hoe dan ook een ingewikkelde kwestie die serieus genomen moet worden en het verdient om op een goede manier te worden belicht. Wij van de werkgroep Veiligheidsdossier suïcidepreventie hebben waardevolle nieuwe input gekregen om het beleid hieromtrent verder te kunnen ontwikkelen. Wordt, wat ons betreft, zeker vervolgd.’
De groep die de training heeft gevolgd, waaronder ook Joukje, Sharina. Uiterst rechts staat Teunis van den Hazel.
Samen met begeleiders, IRB counselors en ervaringsdeskundigen hebben we een presentatie gemaakt die de te ondernemen stappen in eenduidige taal beschrijven. Tenslotte is de veiligheidscommissie ook betrokken bij incidentonderzoeken en heeft zij een aantal locaties ondersteund. Al deze initiatieven leidden tot meer zichtbaarheid van suïcidepreventie. Voor de verdere beleidsontwikkeling is dit eveneens waardevolle informatie.
3.3.4 Crisisaanpak
Soms verliezen cliënten zodanig de grip op hun leven dat er zich een (mogelijke) crisissituatie voordoet. Ook in zulke situaties wil Cosis klaar staan voor cliënten. Daarom hebben we samen met Twynstra en Gudde een nieuwe crisisaanpak ontwikkeld. In de Crisisopzet werkt Cosis aan het maken van heldere afspraken om crisissituaties sneller op te lossen en te voorkomen dat cliënten onnodig worden doorverwezen naar een andere instelling.
Waarom heeft Cosis een crisisopzet?
Cosis helpt kwetsbare mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking grip te krijgen en houden op hun leven. Soms raken zij echter de regie even kwijt en kan er zich een (mogelijke) crisissituatie voordoen. Ook in zulke situaties wil Cosis klaar staan voor cliënten.
In de Crisisopzet werkt Cosis aan het maken van heldere afspraken om crisissituaties sneller op te lossen en te voorkomen dat cliënten onnodig worden doorverwezen naar een andere instelling.
Hoe werkt de crisisopzet?
Het doel van de crisisopzet is om in vastlopende situaties, preventief en op tijd door middel van interventies de situatie te stabiliseren en omgeving verbeteren waarbij men weer grip ervaart, zodat er geen acute crisissituatie ontstaat. De focus ligt op het voorkomen van de crisis en het preventief eerder mee laten kijken. Oftewel signaleren, tijdig reageren is de-escaleren. Deze inzet is er voor alle clusters. De gedragswetenschapper -al dan niet ingeschakeld door een medewerker- kan daarvoor terecht bij de crisisregisseur. De crisisregisseur maakt samen met de gedragswetenschappers en/of behandeldriehoek een beoordeling van de situatie en welke zorg de cliënt/het begeleidend team/de locatie nodig heeft. De crisisregisseur denkt mee over oplossingen, geeft advies en verwijst door. De crisisregisseur maakt deel uit van het Crisis Interventie Team (CIT). Er zijn diverse mogelijkheden binnen het CIT. Zoals o.a observaties door medewerkers van het CIT op locatie en/of in het COV. Op basis van deze observaties wordt een analyse en plan van aanpak gemaakt en ondersteunt het CIT bij het vorm geven en uitvoeren van het plan van aanpak. Ook kan de casus tijdens een uur durend consult ingebracht door de behandeldriehoek multidisciplinair besproken en geanalyseerd worden. In dat consult volgen er adviezen vanuit verschillende disciplines. Ook kan er specifieke deskundigheid tijdelijk aan de casus worden toegevoegd ter ondersteuning/advisering van de behandeldriehoek. Te denken valt aan systeemtherapeut; begeleider intensiever zorg gericht op coaching on the job; arts. Maar ook een expert op een specifiek gebied zoals o.a. jeugdzorg, NAH, verslaving, ASS.
De crisisregisseur heeft de regie en houdt het overzicht.
Soms kan er toch sprake zijn van een acute crisis. Ook dan denkt de crisisregisseur mee: welke mogelijkheden zijn er nog op locatie; moet er intern, binnen de organisatie worden overgeplaatst of naar een time-out plek worden gezocht; moet er extern worden uitgeplaatst; is een klinische opname met spoed nodig. Mocht de conclusie externe uitplaatsing zijn, dan neemt de cliëntconsulent regie in het vinden en organiseren van een crisisplek.
Bereikbaarheid crisisregisseurs
Er zijn twee Cosis-crisisregisseurs. Zij zijn door de week bereikbaar. Na vrijdag 11.45 uur kun je contact opnemen met de cliëntconsulent, altijd in afstemming met de aanwezige gedragswetenschapper. De crisisregisseurs zijn ook bereikbaar via de e-mail.
3.4 Inspraak en medezeggenschap cliënten en verwanten
Cosis wil de mening van cliënten en verwanten horen en ook daadwerkelijk iets met die mening te doen. De Wmcz is hiervoor de basis. Medezeggenschap van cliënten en verwanten is bij Cosis zowel op lokaal als op centraal niveau georganiseerd. Lokaal door middel van ongeveer 150 lokale raden en centraal door middel van een Centrale Cliëntenraad (CCR). Een groot deel van deze raden wordt gecoacht door een professionele onafhankelijke coach.
Lokale raden
De mening van cliënten en verwanten wordt bij steeds meer onderwerpen gevraagd, ook over onderwerpen die niet in de Wmcz staan. Een mooi voorbeeld van inspraak is de manier waarop cliënten en verwanten in 2023 door de clusterdirecteuren zijn meegenomen in het opstellen van de jaarplannen van de clusters Wonen en Ambulant.
Er zijn ook kritische noten. De CCR kreeg in 2023 een aantal brieven van lokale cliëntenraden waarin zij vragen stelden over beleid van Cosis. Het ging bijvoorbeeld over het feit dat medewerkers en vrijwilligers geen cliënten in hun eigen auto mogen meenemen vanwege de verzekering. De CCR snapt dat dit erg lastig kan zijn en dringt er bij de Raad van Bestuur op aan heel goed te kijken naar mogelijkheden om dit toch verzekerd te krijgen. De CCR hoopt dat hier in 2024 een goede oplossing voor komt.
Ook hoorde de CCR van lokale raden dat op sommige locaties gezegd werd dat de CCR al advies had gegeven en de lokale raad daarom geen advies meer kon geven. In de meeste gevallen klopte dat niet. Als er iets op een locatie verandert wat veel invloed heeft op het leven van cliënten, dan moet de lokale raad daarbij betrokken worden.
Op een aantal locaties zijn er wisselingen geweest van leidinggevenden. Dit kan een reden zijn dat het hier en daar niet meer helemaal helder is hoe het ook alweer zit met inspraak en medezeggenschap van cliënten. In 2024 gaan adviseurs en coaches van de afdeling Kennis Kwaliteit en Onderzoek daarom met leidinggevenden kijken welke ondersteuning er nodig en gewenst is. Op die manier werken we verder aan het versterken van de medezeggenschap van cliënten.
Het Cosispanel ziet ruimte voor verbetering in de medezeggenschap van ambulante cliënten. Zij hebben vaak geen cliëntenraad. Ambulante cliënten die door hetzelfde team begeleid worden, kennen elkaar vaak niet. Je zult dus aan andere vormen moeten denken om medezeggenschap te organiseren. Genoemd werd een gezamenlijk dagdeel voor team en cliënten.
Versterken van de lokale medezeggenschap
We zijn in 2023 verdergegaan met het versterken van de lokale medezeggenschap.
Locaties kunnen uit vijf vormen van medezeggenschap kiezen:
1. Een cliëntenraad bestaand uit cliënten;
2. Een huiskameroverleg met Wmcz rechten;
3. Een cliëntenraad bestaand uit een deelraad cliënten en een deelraad verwanten;
4. Per locatie een cliëntenraad en over een paar locaties een verwantenraad;
5. Een verwantenraad, alleen daar waar cliënten niet in staat zijn hun belangen te behartigen.
Deze keuzemogelijkheden zorgen voor genoeg ruimte voor maatwerk, maar bieden ook heldere kaders. We verwachten dat we in 2024 het grootste deel van de versterking van de lokale medezeggenschap erop hebben zitten.
Dat we dat niet eerder hebben bedacht!
Gerda, Bert en Zoffie zitten in de cliëntenraad van woonlocatie Rembrandt van Rijn in Meppel. Samen met drie verwanten komen ze op voor de belangen van de bewoners. Deze zomer besprak de raad hoe ze meer ideeën van de bewoners konden krijgen. Ze bedachten dat er een ideeënbus moest komen op de gang waar iedereen zijn ideeën of opmerkingen in kon doen. Verwant Anko maakte een mooie bus en deze werd in de gang gehangen op een plek waar iedereen langs komt.
De leden van de cliëntenraad hebben ook huiskamervergaderingen waar alle bewoners bij zitten en daar hebben ze verteld dat iedereen zijn idee of opmerking met een briefje in de bus kan doen. De sleutel van de ideeënbus hangt op het kantoor van de locatie.
Centrale cliëntenraad (CCR)
Contact met de achterban
De CCR heeft in 2022 nagedacht over manieren om meer contact met de achterban te hebben. In 2023 heeft de CCR acht online achterban bijeenkomsten georganiseerd voor leden van lokale cliëntenraden en verwantenraden. Er waren veel mensen bij deze bijeenkomsten en de sfeer was goed. Wel hoorde de CCR tijdens deze bijeenkomsten dat er ook behoefte is om elkaar weer live te zien. Dat gaat de CCR in 2024 samen met de clusterdirecteuren organiseren.
De ‘Wat vind jij?’ groep
Een andere manier waarop de CCR contact heeft met de achterban is de ‘Wat vind jij?’ groep. Dit is een groep cliënten en verwanten van Cosis die via de mail vragen voorgelegd krijgen. De CCR kan die antwoorden bespreken met de Raad van Bestuur, of meenemen in zijn adviezen.
Vragen waarover gesproken is in 2023 waren bijvoorbeeld de jaarlijkse uitstapjes op WDL locaties, een welkomsttas voor nieuwe cliënten en het gebruik van gemeenschappelijke ruimtes.
Op werkbezoek
Een aantal leden van de CCR is in 2023 op werkbezoek geweest bij vier locaties. Ze vertelden wat de CCR doet, kregen een rondleiding door de locatie en spraken met de lokale cliëntenraad. Voor herhaling vatbaar in 2024!
Contact met de Raad van Bestuur
De CCR deelraden hebben alle drie heel regelmatig contact met de Raad van Bestuur. Dit gebeurt tijdens de vergaderingen, maar ook tijdens themabijeenkomsten. In 2023 zijn er, net als in 2022, vier van dit soort bijeenkomsten geweest. De thema’s waren: cliëntcommunicatie, zorgtechnologie, gezonde leefstijl en als laatste een terugblik op 2023 en een vooruitblik op 2024. Elk jaar bespreken de CCR en de Raad van Bestuur hun samenwerking.
Mooi weer, even pauze houden op het terras bij kantoor, maar wat als je in je rolstoel niet zonder hulp op dat terras kunt komen?
CCR deelraad VB lid Dennie Viswat ontdekte dit deze zomer. Vanuit de CCR hebben we dit gemeld bij de collega's van gebouwbeheer. Gisteren had de deelraad VB weer een vergadering, op de foto zie je Dennie die nu via een rijplaat naar buiten en naar binnen kan, super! Aan de Eenrumermaar en de Lauwers gaan we met hulp van Dennie en van ervaringsdeskundige LVB Miranda Oldenkamp de toegankelijkheid voor mensen in een rolstoel verder onder de loep nemen.
3.5 Klachten
De klachtenfunctionaris kreeg in 2023 een ophoging in uren van acht naar 28 uur en er is een vervanger geregeld. Daardoor is er in het proces van registratie en monitoring van afhandeling van klachten stabiliteit gekomen en is de klachtenfunctionaris beter bereikbaar. Het opzetten van een werkend systeem (Zenya) heeft meer vorm gekregen en er zijn verbeteringen in het gebruik ervan. Dit blijft in ontwikkeling.
Na binnenkomst van een klacht vraagt de klachtenfunctionaris eerst aan de klager of hij/zij met de betrokken personen in gesprek is geweest. Uitgangspunt is om er in gezamenlijk gesprek uit te komen. Als een cliënt of verwant dat wil, kan deze zich laten bijstaan door een cliëntvertrouwenspersoon. Bij twijfel en/of onzekerheid bij de klager of hij wel of niet een klacht kan en mag indienen, neemt de klachtenfunctionaris een uitnodigende houding aan, geeft uitleg en advies en bevordert het gevoel van vrijheid om een klacht in te dienen.
De klachtenfunctionaris zorgt ervoor dat de klacht bij de juiste persoon terechtkomt. Bij Cosis is dit de leidinggevende van de locatie. Het is mogelijk dat een teamcoördinator en/of begeleider dit oppakt en de klacht bespreekt, omdat deze meer op de hoogte is van de situatie en de afspraken die er zijn. Uitgangspunt blijft dat de leidinggevende formeel verantwoordelijk is voor de klachtafhandeling.
In 2023 zijn 103 klachten binnengekomen bij de Raad van Bestuur en/of klachtenfunctionaris. Het aantal klachten is in 2023 hoger dan in 2022, toen zijn 82 klachten ingediend. Klachten zien we, net als incidentmeldingen, als leermoment. We zijn blij dat mensen de vrijheid voelen om een klacht te melden.
De meeste klachten, zowel van cliënten als verwanten, gaan over de aard en inhoud van de zorgverlening, in totaal 29 klachten. Als tweede categorie zien we klachten over (on)veiligheid. Klachten van derden gaan meestal over overlast. Bij de meeste klachten is er vooral uitleg gegeven (79x), gevolgd door het maken van afspraken (63x).
De ‘Klachtenregeling cliënten Cosis’ is herzien. We zullen deze in 2024 onder de aandacht brengen bij cliënten, wettelijk vertegenwoordigers verwanten en alle medewerkers (website/ Cosisnet/ brochures etc.). Hierin is o.a. de interne klachtencommissie opgenomen. Daarnaast zal de klachtenfunctionaris aandacht blijven besteden aan het registratiesysteem voor klachten.
3.6 Onvrijwillige zorg
Binnen Cosis vinden we het monitoren van onvrijwillige zorg erg belangrijk. Daarnaast is het ook wettelijk verplicht. Het grootste deel van de onvrijwillige zorg kan worden voorkomen met vrijwillige afspraken en begeleiding in de driehoek van cliënt, naaste en professional. Soms is het helaas niet te voorkomen dat onvrijwillige zorg moet worden ingezet. In de totale zorgverlening is het gedeelte van onvrijwillige zorg gelukkig klein.
Grip op cijfers uit ONS
In 2023 hebben we grip gekregen op cijfers uit ONS, we kunnen de cijfers nu goed duiden. Dit betekent dat we vanaf nu steeds beter kunnen kijken naar trends, inhoud en beter kunnen sturen op het verspreiden van kennis.
In 2023 zijn er bij 47 cliënten één of meerdere onvrijwillige zorg maatregelen ingezet. We zien hierin een lichte afname vergeleken met 2022. De maatregel 'beperking van bewegingsvrijheid' wordt net als vorig jaar het meest ingezet, opgevolgd door 'beperking inrichten eigen leven'.
In het vierde kwartaal van 2023 zien we dat meer dan de helft van de maatregelen van het afgelopen half jaar ook weer is afgesloten. De Wzd-functionarissen lezen actief mee in de maatregelen en keuren een maatregel goed of af. Ook sturen ze waar mogelijk op het werken aan afbouw. Door een vernieuwde functionaliteit in ONS (sinds eind 2022) is dit proces verbeterd.
Aandacht op evalueren en juist registreren van Onvrijwillige zorg maatregelen
Uit de externe DEKRA-audit bleek het tijdig evalueren van onvrijwillige zorg maatregelen een aandachtspunt. Net als het mogelijk foutief registreren van maatregelen binnen cluster Kind Jeugd en Gezin (KJG). Dit is opgepakt door het veiligheidsdossier Onvrijwillige zorg.
De ingezette koers van bewustwording en training rondom het onderwerp onvrijwillige zorg zetten we ook in 2024 voort.
Tijdens de Wzd on tour bezoeken leden van het veiligheidsdossier verschillende locaties om informatie te geven over de Wzd. Dit heeft veel positieve reacties opgeleverd. Vooral over het begrip 'verzet’ is veel gesproken. Ook kregen leidinggevenden en Pb’ers verder uitleg over het adequaat registreren en monitoren van lopende onvrijwillige zorg.
3.7 Cliëntvertrouwenspersonen
Cliëntenvertrouwenspersonen (CVP) ondersteunen cliënten, verwanten en andere naastbetrokkenen met problemen waar ze zelf, samen met de begeleiding, niet meer uitkomen. Cosis heeft twee vertrouwenspersonen in dienst voor de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en daarnaast zijn er ook twee externe cliëntvertrouwenspersonen vanuit Quasir voor de Wet zorg en dwang (Wzd) beschikbaar voor cliënten. De cliëntenvertrouwenspersonen vanuit Quasir worden alleen ingezet bij melding die vallen onder de Wzd en dus te maken hebben met onvrijwillige zorg. Alle vier vertrouwenspersonen werken nauw samen en hebben een korte lijn naar elkaar. Cliënten hoeven niet te kiezen. Er wordt zo nodig doorverwezen naar de juiste persoon.
Meldingen bij de interne cliëntvertrouwenspersonen
Bij de twee interne cliëntvertrouwenspersonen Wkkgz kwamen er in 2023 rond de 120 meldingen binnen. Dat zijn er minder dan het vorige jaar 2022 (152). Wel zijn er meerdere kwesties, die langere tijd in beslag namen vanwege onderzoek en meerdere gesprekken. Ongeveer 5 % van alle kwesties wordt uiteindelijk een officiële klacht en komt bij de klachtenfunctionaris terecht.
Opvallend is, dat er een hoog ziekteverzuim is binnen de organisatie en daarnaast veel wisselingen (verloop) bij zowel begeleiders als ook bij leidinggevenden. Dit zorgt voor onrust bij cliënten, er wordt aangegeven dat het opbouwen van een vertrouwensband tussen cliënt en begeleider daardoor lastig is. Cliënten die de CVP om deze reden inschakelen geven aan dat ze dit doen, omdat het vertrouwelijk is. Meldingen die vaker voorkomen zijn: gebrek aan een luisterend oor, te weinig aandacht en het gevoel niet serieus genomen te worden, waarbij de bejegening een rol speelt.
In een aantal casussen geven cliënten aan te willen wisselen van bewindvoering en/of mentorschap, waarbij gebruik wordt gemaakt van cliëntenvertrouwenspersoon als belangenbehartiger voor client. Dit laatste zien we meer dan voorgaande jaren.
De meldingen komen grotendeels van cliënten zelf, maar ook familie en contactpersonen weten de CVP steeds beter te vinden. Ook begeleiders verwijzen in enkele gevallen door naar de CVP of nemen zelf contact op met de CVP’er met de vraag of zij contact op willen nemen met cliënt.
Basis voor de CVP is, dat client altijd op de hoogte is en er zelf ook open voor staat. Wanneer tijdens een casus blijkt dat het gaat over iets wat de Wzd raakt, dan verwijzen wij door naar de desbetreffende vertrouwenspersoon van Quasir. Dit gebeurt altijd in overleg met de cliënt. Wanneer dit erg lastig is dan blijft de casus in beheer van de CVP van Cosis, in goed overleg met de CVP van Quasir.
Meldingen cliëntvertrouwenspersonen Wet zorg en dwang (Wzd)
In 2023 hebben in totaal 15 cliënten contact gezocht met de CVP Wzd met 17 kwesties. Van de 15 cliënten waren er twee wettelijk vertegenwoordiger. De vragen kwamen vooral bij de CVP Wzd terecht doordat cliënten werden doorverwezen door de CVP Wkkgz. Ook waren er cliënten die naar aanleiding van een voorlichting of locatiebezoek contact zochten met de CVP Wzd. De cliënten kwamen van verschillende locaties.
De kwesties die bij de CVP Wzd binnenkwamen waren gericht op het verkrijgen van informatie en het uiten van onvrede. Vier kwesties hadden te maken met onvrijwillige zorg. Het ging hierbij om inrichten eigen leven en het niet mogen ontvangen van bezoek. Eén kwestie had te maken met aanvraag curatele en 3 kwesties met het willen verhuizen van de cliënt. Wanneer nodig werden cliënten verwezen naar de interne CVP van Cosis.
Voorlichting
Er is een flyer met de contactgegevens van de vier cliëntenvertrouwenspersonen beschikbaar en een informatief filmpje.
Jeugdzorg
Kinderen en Jongeren die wonen bij Cosis worden bezocht door de vertrouwenspersonen. Ze bezoeken de woongroepen met regelmaat. De vertrouwenspersonen bezoeken de jongeren zodat zij bekend raken met hen en hem of haar kunnen inschakelen wanneer dat nodig is. Jongeren kunnen altijd contact opnemen met de vertrouwenspersoon. Dit kan door middel van een appje, een telefoontje of een mail. Op de groepen hangen posters met contactinformatie en de bezoekdata.
3.8 Ervaringsdeskundigheid GGZ en LVB
Bij Cosis werken ervaringsdeskundigen GGZ en ervaringsdeskundigen LVB. Ervaringsdeskundigen GGZ zijn als reisgenoten betrokken bij het herstelproces van cliënt. Dit doen zij in samenwerking met alle betrokken partijen rondom de cliënt. Daarnaast ondersteunen zij teams in het werken met Woonstart en herstelondersteunende zorg (HOZ). Zij zijn in dienst van Cosis en werken veelal op locaties. Ervaringsdeskundigen GGZ hebben een HBO- of MBO-opleiding tot ervaringsdeskundige in de zorg gevolgd. De ervaringsdeskundigen LVB zijn cliënten van Cosis met een licht verstandelijke beperking, die door de LFB (landelijke belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking) of door Cosis zelf zijn opgeleid tot ervaringsdeskundige. Zij werken op vrijwillige basis en doen samen met hun coaches allerlei opdrachten zowel binnen als buiten Cosis.
Locaties en ondersteunende diensten van Cosis en ook onze samenwerkingspartners weten de ervaringsdeskundigen GGZ en LVB steeds beter te vinden. Daar zijn we blij mee! Hier vind je een aantal voorbeelden van hun werkzaamheden in 2023.
Ervaringswerker Marga Bouman-Lampe draagt bij aan de Alliantie van Kracht.
Cosis is met 41 andere partners uit de sectoren wonen, welzijn en zorg, gemeenten en kennisinstellingen aangesloten bij de Alliantie van Kracht.
De Alliantie van Kracht heeft als doel om de intergenerationele (van generatie op generatie) armoede in de Veenkoloniën te doorbreken. Het doel is om gezinnen in armoede adequaat te ondersteunen en met hen kansen te ontwikkelen. Ook buiten dit gebied wordt hier hard aan gewerkt.
Marga: ‘In de maanden mei en juni ben ik als ervaringswerker van Cosis, aangesloten bij een 7 tal werksessies. Hier heb ik samen met ervaringsdeskundigen uit andere organisaties een waardevolle bijdrage mogen leveren. Onder andere door een vertaalslag te maken tussen de beleefwereld van de mensen die in armoede leven en de mensen die werken op beleidsniveau. Het niet voor de mensen denken, maar samen met de mensen is belangrijk. We merkten dat men het op beleidsniveau soms lastig vindt om maatwerk te leveren of buiten de kaders te denken waar dat nodig is.’
"Als je doet wat je altijd hebt gedaan, zal het blijven zoals het altijd is geweest"
Meer informatie, zoals de uitkomsten van de werksessies zijn te vinden op de website van de Alliantie van Kracht.
Ervaringsdeskundigen paraat op de banenbeurs.
'Vraag ons naar een leuke baan' en veel vragen hebben Dirk, Bennie en Miranda zeker gehad :)
Mooi en waardevol deze samenwerking met meerdere collega's van Cosis, voor herhaling vatbaar!
Ervaringsdeskundigen LVB Bennie Drost en Miranda Oldenkamp
Ervaringsdeskundigen kunnen ondersteunen bij werken in de driehoek.
Een verhaal van ervaringsdeskundige GGZ Marlies Veltman over spanningen die kunnen ontstaan tussen de wensen van cliënten en ouders. Ervaringsdeskundigen kunnen hierbij ondersteunen.
Samen Sterk!
Tijdens mijn werk als ervaringsdeskundige, spreek ik af en toe ook de ouders van cliënten. Daarin vallen me elke keer dezelfde dingen op. Ze gaan regelmatig door het vuur voor hun kind, waarbij ze zichzelf aan de kant zetten. En regelmatig hoor ik de opmerking: "maar dit hoort bij onze taak als ouder(s)".
Als je ouder wordt weet je dat daar verantwoordelijkheden bij horen. Je zorgt voor veiligheid, geborgenheid, voeding, kleding, liefde en nog veel meer. Maar soms is er iets waardoor je nog meer taken krijgt. Als je kind een lichamelijke of mentale uitdaging heeft, kom je terecht in de wereld van de zorg en instanties. Afspraken met zorgverleners, de Wmo, opzoek naar passend onderwijs, het aanvragen van hulpmiddelen of ondersteuning.
Buiten alle zorg die je al hebt, krijg je er een dagtaak bij. Je bent niet alleen meer de ouder maar ook de casemanager, financieel manager, crisismanager en wandelende agenda. Daarnaast zijn er van allerlei mensen die er wat van moeten of willen vinden, hoe je het doet. En krijg je met een beetje pech ook te maken met instanties zoals Veilig Thuis. En dit houdt niet op als je kind door omstandigheden niet meer thuis kan wonen. Dan heb je al de bovenstaande taken en moet je je kind ook voor een gedeelte loslaten en maar hopen dat de begeleiders weten wat ze doen. (Meestal weten ze dat wel maar dit is zo moeilijk)
Aan de andere kant hoor ik begeleiders opmerkingen maken als: ”kreeg hij maar iets meer vrijheid van zijn ouders” of “ze zou zoveel meer kunnen als de moeder er niet zo bovenop zat". Je bent tijden bezig samen met de cliënt een stap te nemen en één bezoek van de ouders en je kunt weer helemaal opnieuw beginnen.
En beiden hebben ze een punt en ergens daartussen loopt de cliënt, met eigen dromen, verlangens en uitdagingen. Maar ook vaak met een loyaliteit naar de ouders of familie en het goed willen doen voor de begeleiders. In deze driehoek ontstaan vaak spanningen. Ouders die niet kunnen of durven los te laten, cliënten die moeten wennen aan het zelf beslissingen maken en begeleiders die proberen de cliënt te ondersteunen maar het gevoel hebben tegen een muur aan te lopen.
In dit spanningsveld kan het een optie zijn om een begeleider of ervaringsdeskundige aan de ouders te koppelen. Deze kan de ouders begeleiden in het proces van leren loslaten en vertrouwen ontwikkelen. Een andere optie is met de cliënt te gaan kijken naar gezinsprocessen en uit te leggen hoe het werkt. Dit lijkt een open deur maar gebeurt nog regelmatig niet.
Interview met Ervaringsdeskundige LVB Bennie en coach Annegreet op Kennisplein gehandicaptenzorg.
Ervaringsdeskundige LVB Bennie is samen met coach Annegreet geïnterviewd en nu te zien op Kennisplein gehandicaptensector, superleuk en wat een mooie reclame voor ervaringsdeskundigheid LVB en Cosis!!
Het is soms nog wel zoeken naar goede manieren van samenwerken. Wie heeft welke rol, wanneer en hoe betrek je ervaringsdeskundigen? In 2024 gaan we de inzet van ervaringsdeskundigheid evalueren.
3.9 Woonstart
In 2023 zijn we verdergegaan met het doorontwikkelen van Woonstart, de visie en werkwijze zoals deze voor cliënten met een psychische beperking wordt ingezet.
Bekijk hier de informatie over Woonstart op onze website.
'Op weg naar herstel voor iedereen' is de missie van Cosis voor GGZ-cliënten. Vanuit Woonstart kijken we naar alles wat op het vlak van begeleiding en training kunnen doen om cliënten te ondersteunen bij hun herstel.
Een van de hulpmiddelen daarbij is de Woonstartkoffer. De Woonstartkoffer bevat vier herstel-aspecten; persoonlijk herstel, gezondheid, dagelijks leven en maatschappelijke rollen. Cliënten met een psychische beperking geven vaak aan dat ze ‘naast de maatschappij’ zijn geraakt, iets waar ze erg onder lijden. Via hulpmiddelen uit de Woonstartkoffer ondersteunen we hen om hun rol in de maatschappij weer te verstevigen of te vinden. Dit doen we bijvoorbeeld via de training Oriënt Express waarbij cliënten in een groep nadenken over wat bij hen past en welke activiteit ze graag zouden willen doen. Maatschappelijke rollen › Cosis
In 2022 gaven cliënten aan dat ze graag met een digitale versie van de Woonstartkoffer wilden werken, in 2023 zijn we begonnen met het ontwikkelen daarvan.
3.10 Werken Dagbesteding en Leren (WDL)
Cosis heeft veel WDL-locaties in Drenthe en Groningen We vinden het belangrijk dat die WDL-locaties van Cosis duidelijk herkenbaar zijn. Dit doen we door te werken vanuit een gezamenlijke visie: We willen graag dat cliënten een goede plek hebben in de maatschappij én iedereen telt mee.
Om dat voor elkaar te krijgen maken we afspraken met elkaar, zoals:
- We gaan uit van de hulpvraag en de wens van de WDL-cliënten.
- We zorgen ervoor dat de WDL-cliënten zich kunnen ontwikkelen en nieuwe dingen kunnen leren. Dit doen we aan de hand van assessments, ontwikkelkaarten en kaarten met vragen.
- We zorgen ervoor dat cliënten die dat willen bij bedrijven buiten Cosis kunnen werken.
- Voor sommige cliënten is een beschutte dagbestedingsplek meer geschikt. Voor hen zorgen we voor de best passende plek waar ze zich kunnen ontwikkelen.
- We gaan meer samenwerken met bedrijven, scholen en organisaties in de buurt.
- We letten erop dat we niet meer geld uitgeven dan we binnenkrijgen.
We zorgen er ook voor dat cliënten die dat willen een opleiding kunnen volgen.
Ook doorleren als je een beperking hebt
Zes jong volwassenen van Cosis WDL in Appingedam en omgeving zijn weer naar school gegaan. Dat klinkt niet als iets bijzonders, maar toch is dat voor deze doelgroep wel het geval. Doorleren na hun 18e is helemaal niet zo vanzelfsprekend. En toch is de behoefte erg groot. Het Noorderpoort en Cosis vonden een prachtige oplossing: Maatwerk op School.
Veel mensen met een (lichte-) verstandelijke beperking die op hun 18e van school komen, dreigen in een gat te vallen. Waar leeftijdsgenoten vaak een beroepsopleiding kiezen of doorleren, komen mensen met een beperking in de dagbesteding terecht of thuis te zitten. Lisette van der Veen is teamcoördinator bij Cosis WDL en besprak dit hiaat met een aantal cliënten. Samen bedachten ze dat het fijn zou zijn als er leer- en ontwikkelmogelijkheden gecreëerd zouden kunnen worden voor mensen met een verstandelijke beperking. Er werd contact gezocht met Tonnie Postma van Noorderpoort Appingedam. Zij begreep de noodzaak achter de vraag en vond een mogelijkheid, de benodigde financiën en een leerkracht voor het opzetten van een pilot. Er werd een naam gevonden voor het initiatief: Maatwerk op School. Vanaf 2020 (tijdens corona lessen via skype gevolgd) gingen zes studenten elke week naar ’t Noorderpoort aan de Opwierderweg om les op maat te krijgen.
Lisette: ‘Les op maat betekent dat de studenten kunnen aangeven wat ze willen leren. Op basis van die wens wordt een lesprogramma samengesteld. Nagenoeg iedereen bij Maatwerk op School heeft vanuit WDL een link met een extern werkbedrijf. Marcel, bijvoorbeeld, werkt bij GroenRijk Eemsdelta. Als hij in het magazijn werkt vindt hij het lastig om cijfers van artikelen op een goede manier te registreren. Dit is voor hem een leerdoel bij MoS. Hij heeft geleerd om cijfers goed te lezen. Dat heeft hem enorm geholpen en nu kan hij zijn werk nog zelfstandiger doen. Mijn naamgenoot Lisette werkt bij restaurant de Basiliek. Zij wilde graag beter leren recepten te lezen, zodat ze goed weet welke hoeveelheden van welke ingrediënten ze moet gebruiken. Melanie las voor aan peuters op school en haar wens is om dit weer op te kunnen pakken. Daarvoor wil ze haar leesvaardigheid blijven oefenen en uitbreiden.
Joyce is gewoon leergierig en wil graag leren. Bram heeft bij de HEMA stage gelopen en heeft belangstelling voor werk in een winkel. Hij vindt Engels een taal die iedereen zou moeten leren omdat het internationaal is. Ex-studente Claudia is al zover dat ze heeft kunnen stoppen met MoS. Ze werkt in de Zuivelboerderij. Ze zegt dat door de opleiding haar zelfvertrouwen enorm is gegroeid. Dat heeft haar zeer geholpen en daar plukt ze nu de vruchten van. Je ziet dat alle studenten met heel veel plezier elke week naar MoS gaan. Los van de positieve effecten op hun eigen dagelijkse werk geven ze ook aan dat het fantastisch is om jezelf te kunnen blijven ontwikkelen.
Eind 2022 zijn we in een pilot met de opleidingen assistent groen in Hoogezand en facilitaire dienstverlening in Assen gestart. In 2024 gaan we in andere regio’s van Cosis deze opleiding aanbieden. Het is een erkend diploma door de brancheorganisaties. Het diploma kan een opstapje zijn naar de mbo Entree opleiding of de stap naar betaald werk makkelijker maken. De brancheopleiding is praktijkgericht. Het niveau van de opleiding is gelijk aan de mbo Entree opleiding, maar dan zonder de vakken Nederlands, rekenen en burgerschap. Met het Noorderpoort college in Groningen zijn vergelijkbare contacten.
Het initiatief tot het aanbieden van deze vorm van opleiden komt van de VGN en de LFB en wordt gecoördineerd door het WDL-programma. Blijkt na evaluatie van de eerste lichting studenten dat deze aanpak werkt dan gaan we het mogelijk op meer plekken aanbieden. Naast cliënten van Cosis mogen ook cliënten van andere zorgorganisaties aansluiten.
Toch nog een beroepsdiploma
Veel cliënten die bij WDL Cosis werken hebben een prima arbeidsvermogen. Echter, tot een erkende beroepsopleiding is het nooit gekomen. Van het VSO zijn ze bij WDL terecht gekomen en dan zijn de mogelijkheden voor een vakopleiding beperkt, of is de drempel om weer te gaan studeren hoog. Daar komt nu verandering in.
Twee opleidingen
Cosis gaat samen met de Academie voor Zelfstandigheid 2 branche opleidingen geven. Vanaf oktober is er plaats voor tien studenten die in Hoogeveen een opleiding kunnen volgen voor werken in de Groene sector en voor tien studenten in Assen die een opleiding Facilitaire dienstverlening gaan volgen. De opleidingen duren anderhalf jaar en aan het eind ontvangen de studenten een erkend vakdiploma van de branche organisaties (www.academievoorzelfstandigheid.nl). De opleidingen worden gegeven door medewerkers van Cosis. Vier trainers zijn gefaciliteerd om de studenten te trainen. Annemiek Dijkhuizen en Tamara Klarenbeek gaan de Groen-opleiding geven en Lisette van Beek en Hanneke Bakker de Facilitaire opleiding. Het is een belangrijke stap in de groei naar mogelijkheden voor cliënten om door te groeien naar een externe arbeidsplaats.
Hiaat
Annemiek: ‘Dit is precies wat er mist bij WDL in Nederland. Veel cliënten gaan na het afronden van het VSO naar dagbesteding en blijven daar of zitten thuis. Er is ook veel interesse binnen de groep die mbo 1 of mbo 2 heeft gevolgd, maar dat, door omstandigheden, niet heeft kunnen afmaken. Toch is er vaak belangstelling om door te leren. De mogelijkheden daartoe zijn tot op heden beperkt en de drempel om toch weer naar school te gaan is vaak hoog. Deze vorm van opleiden kan een groot hiaat wegnemen.’
Hanneke: ‘Voor veel cliënten geldt dat ze uitstekend in staat zijn om ondersteunende werkzaamheden te verrichten. De mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn nog beperkt, maar we zien wel dat er een beweging aan de gang is dat het besef groeit dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zeer waardevol kunnen zijn. De arbeidsmarkt leert ze steeds beter kennen en als de brancheorganisaties het ook stimuleren wordt de drempel alleen maar lager.’
Status
Lisette: ‘Het is heel belangrijk dat er een certificaat uitgereikt wordt. Dan heb je formeel een studie afgerond. Een beroepsopleiding met een diploma. Dat geeft status.’
Tamara: ‘Onlangs verwoorde een cliënt het op een mooie manier. Ze zei dat haar na het verlaten van school was gezegd dat ze niet verder kon leren. Dat heeft haar altijd dwars gezeten. Daardoor voelde ze zich altijd ondergeschikt aan andere mensen. De nieuwe mogelijkheid tot het volgen van een beroepsopleiding is hier natuurlijk een fantastisch antwoord op.’
Startblokken
Het initiatief tot het aanbieden van deze vorm van opleiden komt van de VGN en de LFB, de landelijke belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking en is omarmd en wordt gecoördineerd door het WDL programma. Cosis krijgt subsidie van het ministerie van VWS om het te initiëren. Na het uitvoeren van deze twee opleidingen gaan we het evalueren en het mogelijk op meer plekken aanbieden. Naast cliënten van Cosis mogen ook cliënten van andere zorgorganisaties aansluiten. In de praktijk krijgen de studenten een dag per week theorie en twee á drie dagen stage. Het overleg over de voortgang is in de driehoek student, werkbegeleider en trainer. Er komen twee informatiebijeenkomsten waar het een en ander wordt toegelicht. De leidinggevenden WDL worden actief benaderd, evenals de begeleiders van de Ambulante teams en andere relevante betrokkenen. Het initiatief staat vol enthousiasme in de startblokken. Let op de komende aankondigingen of stuur je vraag naar brancheopleidingen@cosis.nu.
Trainers branche opleidingen Groen en Facilitair v.l.n.r.: Hanneke, Lisette, Annemiek, Tamara
Het programma Werk, dagbesteding en leren is in 2023 uitgewerkt en gaat in 2024/ 2025 geïmplementeerd worden. Het Cosispanel ziet ook dat er de laatste tijd meer mogelijkheden zijn voor Wlz cliënten om te leren en ontwikkelen. Bij Ambulant ervaren leden van het panel dat er minder wordt meegedacht over ontwikkelmogelijkheden. Bij Inloopvoorzieningen zijn wel mogelijkheden.
Leenwaar Creatief, flexibel, duurzaam
Bij Leenwaar, de bibliotheek voor de gedragswetenschappers, komen een paar belangrijke doelstellingen van Cosis samen. Het is onderdeel van locatie Travelcare die zinvolle dagbesteding met tal van ontwikkelmogelijkheden biedt voor 27 cliënten. Het is een project dat verspilling tegengaat en onnodige aankopen voorkomt. En er is oog voor beter gebruik en hergebruik van spullen. We spreken Ida. Ze werkt al vanaf de start bij Leenwaar.
"De bibliotheek leent boeken, spellen en DVD's uit. Er waren zoveel van dit soort spullen die rondzwierven binnen Cosis. Soms werden er weer dingen aangeschaft die we al lang hadden, maar waarvan niemand wist waar ze waren. Nu hebben we alles zo veel mogelijk in een webcatalogus gezet en de spullen zelf in kasten opgeslagen. Gedragswetenschappers kunnen nu dingen lenen. Ze kunnen het komen ophalen, met een collega mee laten geven of we brengen het met onze eigen koeriersdienst op de plek van bestemming.
Sinds kort beheren we ook de digitale zorgproducten, zoals robotkatten. Als een robotkat door gebruik smoezelig is geworden, zorgt Leenwaar voor een opfrisbeurt en kan een woonlocatie er weer een tijd plezier van hebben. Ook andere producten zoals cursusmappen worden omgebouwd, zodat ze bijvoorbeeld wel in de brievenbus passen in plaats van dat ze als pakket verzonden moeten worden. Dat scheelt veel portokosten.”
Ida over haar persoonlijke ontwikkeling: ”We zijn in de coronaperiode ontstaan. Sindsdien heb ik heel veel geleerd en ik ben nog lang niet klaar hier! Het meeste heb ik geleerd over werken met de computer. Maar een werkdoel dat ik nu heb, is om presentaties over producten te geven voor de Technologie en Zorg Academie (TZA). Dan laat ik aan alle aanwezigen zien wat de mogelijkheden zijn van producten. Een zaal vol vreemde gezichten maakt me niet bang."
3.11 De inzet van zorgtechnologie
In 2022 schreven we al dat zorginnovatie steeds belangrijker wordt bij de zorg en ondersteuning die we onze cliënten bieden, onder andere door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt.
In 2023 zijn we daarom volop doorgegaan met het bekender maken van zorgtechnologie en het onderzoeken hoe en waar we zorgtechnologie het beste in kunnen zetten.
Pilot Digitaal Dichtbij
In november 2023 zijn we gestart met de Pilot Digitaal Dichtbij. De pilot duurt een jaar. We voeren deze uit binnen de gemeenten Assen, Aa en Hunze en Noordenveld.
In deze pilot willen wij ervaring op doen om cliënten volledig digitale ambulante ondersteuning te geven. Als het nodig is, kunnen wij hierin ook Robotmaatje en robot Tessa inzetten. Deze twee robots kunnen onze cliënten bijvoorbeeld ondersteunen in het structureren van hun dag. Wij hopen hiermee de kwaliteit van zorg te behouden (of te verbeteren), de maatschappelijke kosten laag te houden en digitale middelen dichter bij de cliënt te brengen. Wij geloven dat we met deze nieuwe ambulante dienstverlening een nieuw product aan een doelgroep van cliënten te kunnen bieden. Ook zijn wij ervan overtuigd dat we op deze manier het werk in de ambulante zorg voor onze medewerkers behapbaar en leuker kunnen maken. De pilot gaat ons inzichten geven om in de toekomst de juiste keuzes te kunnen maken. Nieuwsgierig naar de pilot? Kijk dan op Digitaal Dichtbij.
Zorg van de toekomst vierdaagse
In februari 2023 hebben we in samenwerking met TZA Drenthe-Groningen een ‘Zorg van de toekomst vierdaagse’ georganiseerd waarbij medewerkers, cliënten en verwanten op een laagdrempelige manier op verschillende locaties kennis konden maken met zorgtechnologie.
Ook organiseerden we twee drukbezocht zorgtechnologie festivals waar allerlei manieren van zorgtechnologie gepresenteerd werden.
Koen gaat het samen doen
De cliënten, verwanten en medewerkers van een locatie in Haren ontwikkelen een nieuw leefconcept dat klaar is voor de toekomst, waarin we het wonen, leven en werken beter, leuker en slimmer maken voor persona Koen. Bureau LEF helpt hierbij.
We beginnen blanco: niets is besloten en niets staat vast.
Vanuit de ontwerpvraag dat er geen zorg wordt verleend gaan cliënten, medewerkers en het netwerk samen dromen. Samen kijken wat Koen écht nodig heeft en hoe we dit kunnen realiseren. Dit staat los van zorgtechnologie, maar zou wel een belangrijk onderdeel kunnen zijn.
Wat vinden cliënten en verwanten hiervan?
Leden van de centrale cliëntenraad geven aan dat ze de voordelen van zorgtechnologie wel zien, maar dat ze persoonlijk contact tussen cliënt en begeleider heel belangrijk vinden. Zij zeggen bijvoorbeeld dat een begeleider bij alleen beeldcontact met een cliënt mogelijk te weinig ziet hoe het echt met de cliënt gaat. Cosis moet daar wel op blijven letten zeggen de CCR leden. De leden van het Cosispanel bevestigen dit; “Laat het in de toekomst alsjeblieft geen robot zijn die met de cliënten praat!”
3.12 Ontwikkelingen uitgelicht
3.12.1 De regenboogclub
De regenboogclub ontstond nadat cliënten en medewerkers een LFB-workshop volgden over LHBTIQ+. Deze club wil meer aandacht voor medewerkers en cliënten binnen Cosis die horen tot de LHBTIQ+.
In 2023 is de progressievlag feestelijk gehesen bij de Lauwers in Assen en wappert nu ook in Groningen en Veendam. Cosis heeft meegevaren op de boot van VGN in samenwerking met 13 zorgorganisaties en Zonder Stempel, tijdens de Pride in Amsterdam en er is een aanvraag gedaan voor een pilot met genderneutrale toiletten op het servicebureau in Assen.
De regenboogclub ontstond nadat cliënten en medewerkers een LFB-workshop volgden over LHBTIQ+. Deze club wil meer aandacht voor medewerkers en cliënten binnen Cosis die horen tot de LHBTIQ+.
In 2023 is de progressievlag feestelijk gehesen bij de Lauwers in Assen en wappert nu ook in Groningen en Veendam. Cosis heeft meegevaren op de boot van VGN in samenwerking met 13 zorgorganisaties en Zonder Stempel, tijdens de Pride in Amsterdam en er is een aanvraag gedaan voor een pilot met genderneutrale toiletten op het servicebureau in Assen.
Cosis hijst de regenboogvlag.
Binnen Cosis is de regenboogclub actief. Het is een platform voor cliënten en medewerkers die vallen binnen de groep die binnen de samenleving wordt aangeduid met lhbtiq+. Ze komen samen om met elkaar te praten over hun positie binnen de maatschappij en daarbij bij Cosis in het bijzonder. Bij een van de samenkomsten werd het idee geopperd om een van de drie Cosis vlaggen bij het Servicebureau in Assen te vervangen door een regenboogvlag. De vlag is een teken van trots en diversiteit.
Donderdagmiddag 1 juni hadden meer dan 50 collega’s en cliënten zich bij de drie vlaggenmasten verzameld om getuige te zijn van het bijzondere moment. De aanwezigen werden welkom geheten door Marlies Lanjouw, een collega die onlangs veel aandacht kreeg door Cosisbreed aan te kondigen voortaan als zichzelf, als vrouw door het leven wil gaan.
Raad van Bestuur voorzitter Bert Hogeboom vervolgde met te zeggen dat de Raad van Bestuur en de directie van Cosis het initiatief warm ondersteunt. “ We willen inclusief zijn”, zei hij. “We willen niemand uitsluiten, geen cliënten, geen medewerkers en geen familie en andere betrokkenen. Lhbtiq+ mensen moeten zich net zo welkom bij Cosis voelen als ieder ander. Het gezamenlijk hijsen van de regenboogvlag onderschrijft deze wens.”
Dirk Nijeveen, als cliënt betrokken bij de regenboogclub, las vervolgens een prachtig gedicht voor:
Als de wereld geen verschil meer zag
Tussen de woorden ‘ik’ en ‘jij’
Dan werd blank, zwart, homo, hetero
Ineens heel vreedzaam ‘wij’
De regenboogvlag werd daarna door Angie-Mason gehesen, onder een luid, welgemeend applaus van de aanwezigen.
Inmiddels hangen de regenboogvlaggen ook bij het regiokantoor in Hoogeveen en aan de Eenrumermaar.
3.12.2 ABCDate
In cliëntervaringsonderzoek CoK kwam de laatste jaren steeds naar voren dat cliënten zich soms eenzaam voelen. Een probleem dat natuurlijk niet alleen onder cliënten voorkomt maar in de hele samenleving. In 2023 is Cosis lid geworden van ABCDate. ABCDate is een website én app voor mensen vanaf 18 jaar met een verstandelijke beperking. Cosis heeft voor een jaar een licentie genomen bij ABCDate, waardoor onze cliënten zich gratis kunnen inschrijven. Onze cliënten met een verstandelijke beperking kunnen bij ABCDate op een veilige manier nieuwe mensen leren kennen. Ze kunnen online chatten met mensen in heel Nederland. ABCDate organiseert ook leuke activiteiten. Door heel Nederland geven zij gezellige avonden waar deelnemers naar toe kunnen komen. Ook hebben ze leuke uitjes. Zo gaan ze bijvoorbeeld met elkaar naar het museum of een voetbalwedstrijd.
3.12.3 FACT-jeugd
Wanneer jongeren op meerdere vlakken zijn vastgelopen, kan FACT-jeugd helpen hun leven weer op gang te krijgen én te houden. Cosis maakt deel uit van deze teams.
FACT-jeugdteams bieden al 10 jaar integrale zorg en praktische hulp in Drenthe en Groningen aan jeugdigen en gezinnen met forse problemen op meerdere levensgebieden. Dat doen we samen met professionals uit verschillende disciplines en verschillende organisaties; Accare, Ambiq, Elker, GGZ-Drenthe, Jonx, Verslavingszorg Noord-Nederland en Yorneo. Het 10-jarig bestaan is gevierd met een congres waarbij ruim 100 mensen van verschillende organisaties aanwezig waren.
Het begrip ACT komt uit Amerika. In Nederland noemen we het Flexible ACT (FACT).
Dit betekenen de letters:
- Flexible: we zijn er als het nodig is, op de plek die nodig is en zo intensief als nodig is.
- Assertive: we bieden hulp, gevraagd maar soms ook ongevraagd,
- Community: hulp in jouw eigen omgeving en mét mensen uit jouw eigen omgeving
- Treatment: we behandelen en begeleiden jou totdat je verder kunt.
Ervaringsverhaal: Ervaringsverhaal Zoe - FACT jeugd Drenthe
3.12.4 Huiskamer in school
In het Speciaal(basis-)onderwijs komt het met regelmaat voor dat sommige kinderen, door welke omstandigheden dan ook, even moeilijk te handhaven zijn in de klas.
In veel gevallen gaat dat om forse gedragsproblemen. Het komt dan voor dat kinderen worden geschorst waarna ze kunnen komen thuis te zitten. Dat is, hoewel het vaak onvermijdelijk is, geen oplossing. Niet voor de directe omgeving, maar ook niet voor het kind zelf. Het Expertisecentrum Kind, Jeugd en Gezin Emmen van Cosis is in gesprek gegaan over een tussenoplossing.
Vanaf het voorjaar van 2022 is een ruimte ingericht in de Toermalijn en de Aventurijn in Emmen, respectievelijk scholen voor SBO en SO plus. Deze ruimte is de Huiskamer genoemd.
De Huiskamer is een ruim, qua prikkels op de leerling afgestemd, klaslokaal met daarin een comfortabele bank, een grote tafel om een spelletje te doen of om ergens aan te werken. De ruimte is bestemd voor kinderen die het nodig hebben om zich gedurende de schooldag even terug te trekken.
Er zijn duidelijke regels en grenzen die rust en overzicht geven. Kinderen kunnen er hun verhaal kwijt bij de begeleidster, je kunt er een spelletje doen en soms wordt er zelfs gemediteerd. De leerlingen geven aan dat ze rustig worden in de Huiskamer.
Het idee is om in de toekomst kinderen die thuis zitten via de Huiskamer weer naar school te krijgen. Al met al een mooie kans om zorg en onderwijs nog dichter bij elkaar te krijgen.
3.12.5 Gezonde leefstijl
Cosis wil een gezonde leefstijl vanzelfsprekend maken; gewoon, gemakkelijk, leuk en lekker. Een gezonde leefstijl draagt bij aan kwaliteit van leven en gezond ouder worden. Een gezonde leefstijl draagt ook bij aan een gezond milieu, lagere zorgkosten en een gezonde maatschappij. We merken dat het voor cliënten en regelmatig ook voor medewerkers moeilijk is om gezonde keuzes te maken. In 2022 en 2023 zijn we daarom gestart met een aantal projecten op het gebied van gezonde leefstijl. We willen met deze projecten cliënten en medewerkers ondersteunen bij bijvoorbeeld gezond en lekker koken, meer bewegen en niet roken. Ook doen we mee met het landelijke LEEV! Onderzoek, daarover lees je meer via deze link: LEEV! project - Academische werkplaats EMB (aw-emb.nl)
We merken dat onderwerpen als gezonde voeding en (niet) roken gevoelig kunnen liggen. Zowel cliënten als medewerkers kunnen het als betuttelend ervaren als hier iets over gezegd wordt. Het gevoel ‘je mag ook niets meer tegenwoordig’ kan de kop op steken. Ook in het Cosispanel wordt hierover gezegd: “Goed dat er aandacht voor is, maar Cosis moet hiermee niet overdrijven”. Het voorbeeld van een 73-jarige cliënt die je gewoon van zijn sigaretje moet laten genieten wordt aangehaald.
Toch merken we ook dat cliënten en medewerkers veel vragen hebben over deze onderwerpen en het fijn vinden om hier over te leren. Op locaties worden de onderwerpen voeding en roken onderwerpen met de lokale cliëntenraden besproken. Bijvoorbeeld: we mogen niet meer roken op het terrein, wat is dan een veilige rookplek? Of: de maaltijden bevallen ons niet meer, wat gaan we daaraan doen?
De afgelopen tientallen jaren is in meerdere (kostbare) projecten aandacht besteed aan gezond leven. Het blijkt moeilijk om dat vast te houden. Het is daarom noodzakelijk goed na te gaan hoe we alles wat we leren en ontwikkelen deze keer wel vast kunnen houden en borgen. De cliëntinterviews op locatie die de interviewers (medewerkers, verwanten en ervaringsdeskundigen LVB) van de Bedoeling in Beeld-poole houden over deze onderwerpen, helpen daarbij.
3.12.6 De Cosis Poli
Het Cosis Expertisecentrum heeft medewerkers in huis met een schat aan kennis en expertise. De waarde hiervan is pas echt van toepassing als wie die delen. Om dat te kunnen doen is de Cosis Poli opgericht. De Cosis Poli levert specialistische individuele diagnostiek of behandeling bij (minder) complexe, meervoudige en enkelvoudige hulpvragen. We zijn er voor mensen die naast een verstandelijke beperking ook psychische of psychiatrische klachten hebben.
De Cosis Poli kreeg in 2022 de opdracht om kostendekkend te worden. Ondanks dat dit niet is gelukt, heeft de directieraad in 2023 toch besloten vast te houden aan de ambitie en de Cosis Poli verder door te ontwikkelen en uit te bouwen naar in de toekomst een LVB regio Poli. Waarbij we schaarse expertise toegankelijk en beschikbaar houden in de regio en Cosis een aantrekkelijk werkgever blijft voor behandelaren en artsen.
Er is hard gewerkt aan het beter stroomlijnen van alle werkprocessen, zoals de manier van werken voor behandelaren, het aanmeldproces, maar ook de samenwerking met andere behandelaren van Cosis en de ondersteunende diensten. De Cosis Poli is er voor LVB cliënten die niet terug kunnen vallen op een Gedragswetenschapper. Dit kan zowel intern als extern zijn, maar is in de praktijk vaak extern.
Er zijn momenteel 97 cliënten in behandeling bij gedragswetenschappers en artsen. Er staan 78 mensen op de wachtlijst. De wachtlijst is gemiddeld 1 jaar. In 2024 breiden we het aantal betrokken behandelaren bij de Poli uit, daardoor kunnen we het aantal behandelingen verhogen en krijgen we grip op de wachtlijst. De Cosis Poli wil in 2024 een tevredenheids- en effectmeting doen onder cliënten om zo zicht te krijgen op de ervaren kwaliteit van zorg en waar deze mogelijk te verbeteren. En met de effectmeting willen we natuurlijk zicht krijgen op het effect van de behandeling voor de client.
Nu staat de Poli in Groningen (Eenrumermaar), maar de ambitie is om ook vanaf 2024 in Drenthe diensten te verlenen. We werken met een multidisciplinair behandelteam. Dit team bestaat uit behandelaren die aan de Poli verbonden zijn, maar ook met individuele behandelaars die binnen de zorgclusters van Cosis actief zijn. De Cosis Poli is de voordeur voor externe cliënten naar gespecialiseerde zorg die de behandelaren van Cosis kunnen bieden. We willen dat meer mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking kunnen profiteren van de zorg die in de regio beschikbaar is. We zijn dichtbij als dit nodig is.
3.12.7 Het Groninger Zorgakkoord
Groninger Zorgakkoord is een samenwerkingsverband van zes zorgaanbieders dat zich richt op twee zaken: toekomstbestendige zorg en veilige gebouwen in het aardbevingsgebied.
Toekomstbestendige zorg bevorderen we door nieuwe collega's te zoeken in hele andere werkomgevingen en bijvoorbeeld onder ouderen die na hun pensioen willen blijven werken. Met goede begeleiding in de eerste fase en facilitering is er veel mogelijk.
Inzet van zorgtechnologie draagt ook bij aan toekomstbestendige zorg. Hierover was te lezen in hoofdstuk 3 paragraaf 11.
In het aardbevingsgebied is versterking van zorglocaties nodig om veiligheid te garanderen. De WDL- locatie Gildenhof was de eerste locatie van Cosis die na de versterking weer in gebruik genomen is. Er volgen in de komende jaren nog meer.
Op drie plekken bouwt Cosis nieuwe locaties. In Uithuizen samen met Lentis, in Delfzijl Noord met Zonnehuis Groep Noord en in Appingedam wordt Expertisecentrum Berjarijke nieuw gebouwd. In 2023 zijn voor deze drie projecten de plannen uitgewerkt en zijn de vergunningen voor de bouw aangevraagd. In de tweede helft van 2024 starten de bouwwerkzaamheden.
3.12.8 Verduurzamen en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
Cosis werkte in 2023 verder aan het verduurzamen van haar organisatie. Het doel was om vijf gebouwen te verduurzamen, 3% van het energieverbruik te verminderen en op 30 locaties te starten met meer aandacht voor gezonde voeding. Rondom het verduurzamen van locaties hebben we 18 locaties voorzien van LED-verlichting, en hebben we een aantal locaties voorzien van zonnepanelen. Andere panden zijn zo verbouwd dat zij veel minder energie nodig hebben. Het volledig verduurzamen van de vijf gebouwen verwachten we eind 2024 klaar te hebben.
De 3% vermindering van het energieverbruik hebben we wat betreft elektriciteit wel behaald, maar het gasverbruik is juist gestegen. Goed nieuws is dat er ruim 90 fietsplannen afgegeven zijn aan werknemers en er werkt een groep kantoormedewerkers een aantal dagen per week thuis. Het project Gezonde Voeding heeft aan 30 locaties gevraagd wat hun knelpunten en wensen zijn rondom gezonde voeding. Aan de hand van de uitkomsten daarvan gaan we in 2024 starten met het ondersteunen van eerst drie locaties. Daarna volgen er meer. Zie ook Hoofdstuk 3, paragraaf 12.5.
Met apothekers zijn afspraken gemaakt over het retourneren van overtollige medicatie. Verder zijn meerdere locaties actief door mee te doen met het programma Leev! en Rookvrij. Hierin stimuleren we cliënten en medewerkers om meer te bewegen, gezond te eten en te stoppen met roken. Hierover was te lezen in Hoofdstuk 3 paragraaf 12.5.
Voor het eerst werden kwartaalrapportages over duurzaamheid gemaakt. Zo vertellen we wat we doen om te helpen de wereld een beetje mooier te maken. En het roept iedereen op die bij Cosis betrokken is om mee te doen!
Op 5 juni was er een Duurzaamheidsfestival waar met een inspirerend programma aandacht werd besteed aan allerlei duurzaamheidsthema’s. Behalve de hierboven al genoemde thema’s kwamen ook het verminderen van afval en hergebruik van spullen voor het voetlicht. Een ander belangrijk onderwerp was duurzame inzetbaarheid van personeel.
In november werd de nieuwe Green Deal voor de Zorg ondertekend. Cosis belooft hiermee dat zij met veel andere organisaties in de zorg samen optrekken om de impact van zorg op het milieu te verlagen.